Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen zich nooit zullen bekeeren, of zij moeten verootmoedigd zijn; en vanwaar komt ware en oprechte ootmoed, zoo niet uit de bewustheid van zonde? Tenzij de menschen zich zeiven mishagen en erkennen, dat zij doemwaardig zijn, zullen zij nooit een wezenlijk gevoel van berouw hebben. Deze twee dingen zijn dus wijselijk door Hoséa samengevoegd, dat Israël gevallen was door zijne ongerechtigheid, en dat het tijd was om tot Jehovah weder te keeren. Waarom ? Omdat, als wij de overtuiging hebben van doemwaardig te zijn, ja dat wij reeds ter dood veroordeeld zijn, omdat wij God zoo dikwijls hebben getergd, dan beginnen wij ons zeiven te haten; en het verfoeien van de zonde drijft ons uit om bekeering te zoeken.

Maar hij zegt: Keer u, Israël, tot uwen God. .Thans richt de profeet eene vriendelijke uitnoodiging tot hen; want door strenge woorden, zonder toevoeging van hoop op genade, zou hij niet kunnen slagen, gelijk wij weten, dat er geene hoop kan wezen op berouw en bekeering, zonder geloof. De profeet toont dus niet slechts wat gedaan moet worden, maar hij zegt ook: „Gij zijt Israël, gij zijt een uitverkoren volk". Maar, gelijk reeds aangetoond is, hij richt nu het woord niet tot allen zonder onderscheid, maar tot hen, die de ware kinderen Abrahams zijn, hoewel zij voor een' tijd ontaard waren. „Keer u, Israël, tot uwen God, want hoe zeer gij voor een' tijd ook afvallig geweest moogt zijn, toch heeft God u niet verworpen, keer slechts weder tot Hem, en gij zult gunst en genade vinden, want Hij is verzoenlijk voor Zijn volk".

Daarna toont hij de wijze van bekeering aan ; en op deze plaats moet wèl acht gegeven worden ; want wij weten, dat de menschen met beuzelingen aankomen, als zij van berouw en bekeering spreken. Vandaar dat, wanneer van berouw en bekeering gesproken wordt, de menschen zich inbeelden, dat God tevreden gesteld wordt met deze of geene plechtigheid, zooals wij dit zien bij hen, die onder het Pausdom zijn. Wat is hun berouw? Hoe zal het blijken? Hierin, — als zij op zekere dagen vasten, als zij korte gebeden prevelen, als zij pelgrimstochten ondernemen, als zij missen koopen, — als zij zich met deze beuzelingen afsloven, denken zij, dat het rechte en vereischte berouw voor God gebracht wordt; maar dit alles is ongerijmd. Daar dus de wereld niet begrijpt wat berouw en bekeering is, en waar zij toe leidt, stelt de profeet hier de ware bekeering voor in hare vruchten. Daarom zegt hij : Neemt woorden met u, en keer u tot Jehovah, en zeg tot Hem : Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zoo zullen wij betalen de varren onzer lippen. Als hij hun zegt woorden te nemen, of te vinden, om in plaats van offers aan te bieden, dan verwijst hij ongetwijfeld naar hetgeen in de wet geleerd wordt.

Sluiten