Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij hadden ook de toevlucht genomen tot opgerichte beelden en afgoden, en aan stomme beelden de eere toegebracht, die slechts den eenigen, waren God toekomt. Hieruit zien wij, dat hoewel de geloovigen van den toekomenden tijd spreken, zij toch indirect erkennen, dat zij zwaar gezondigd hadden, den eenigen, waren God hadden verlaten, en hunne hoop op anderen hadden gevestigd, hetzij op de Assyriërs, of op valsche goden. Maar terzelfder tijd beloven zij in de toekomst gansch anders te zijn; alsof hij zeide: dat zij Gode niet slechts lof en dank zullen toebrengen; maar dat zij ook een nieuw leven zullen leiden, zoodat zij de goedheid Gods niet langer zullen misbruiken. Dit is de voornaamste inhoud en beteekenis van hetgeen hier gezegd is.

Door te zeggen : De Assyriër zal ons niet behouden, veroordeelden zij ongetwijfeld, gelijk reeds aangetoond is, het valsch vertrouwen, waarmede zij te voren zichzelven misleid hadden, toen zij door middel van de Assyriërs uitkomst en verlossing zochten te verkrijgen. Er is niet aan te twijfelen, of de Israëlieten hebben altijd beweerd op den Naam Gods te betrouwen; maar toen zij zich zonder de hulp der Assyriërs verloren achtten, hebben zij zeer zeker God van Zijne rechtmatige eer beroofd en er de menschen mede bekleed. Want tenzij wij er van overtuigd zijn, dat God alleen ons genoeg is, ook wanneer alle aardsche hulpmiddelen falen, stellen wij onze hoop op verlossing niet op Hem, integendeel, wij geven aan stervelingen wat Hem alleen toekomt. Wegens deze heiligschennis veroordeelen de Israelieten zich dus, en tevens toonen zij wat de vrucht hunner bekeering zijn zal, nl. dat zij hun hart op God zullen stellen, zoodat zij niet meer, gelijk te voren, heren derwaarts zullen getrokken worden, of denken, dat zij door de hulp van menschen behouden kunnen worden. Laat ons hieruit leeren, dat de menschen zich niet tot God keeren, tenzij zij afzien van het schepsel, en er niet langer hunne hoop op vestigen. Dat is ééne zaak.

Hetgeen volgt: Een paard zuUen wij niet bestijgen, kan op tweeërlei wijze verklaard worden ; — alsof zij zeiden, dat zij niet langer zoo waanzinnig zullen zijn om trotsch te wezen op hunne eigene macht, of zich veilig zullen achten, omdat zij wel voorzien zijn van paarden en wagenen ; — maar de zinsnede kan eenvoudiger verklaard worden, als beteekenende, dat zij niet, zoo als te voren, her- en derwaarts zullen trekken om zich hulp te verschaffen. Wij zullen dus geen paard bestijgen, maar rustig in ons land blijven ; en die uitlegging schijnt beter te voegen. Ik denk dus niet, dat de profeet een nieuw denkbeeld oppert; maar ik lees de twee volzinnen inet elkander : De Assyriër zal ons niet behouden, dus zullen wij geen

Sluiten