Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paard bestijgen, n.1. om in haast heen te rijden ; want te voren hadden zij zich vermoeid met lange reizen. Zoodra het gevaar naakte, gingen zij ver weg naar Assyrië om hulp te zoeken, terwijl God bevolen had stil en rustig te blijven.

De beteekenis van dit alles zal beter verstaan worden door te verwijzen naar andere Schriftuurplaatsen, die overeenkomen met hetgeen hier gezegd is. God zegt door Jesaja: „Op paarden zult gij met rijden, maar gij zegt: wij zullen rijden; zoo ïydt , zegt Hij, (Jes. XXX : 16). Hier is een treffende wenk, dat de Joden tegen Gods wil reden en zich haastten om hulp te zoeken. „Ik zie u«, zegt Hij, „zeer vaardig en vlug, zoo rijdt dan, maar het zal wezen om te vlieden". Wij zien wat het doel was van den profeet met deze bestraffing; het was om aan te toonen, dat de Joden, die stil en rustig hadden moeten blijven, hier en daar heen vloden om hulp te zoeken. Zoo ook aan deze plaats; als zij de vrucht willen toonen van hun beïouw zeggen zij : Wij zullen geen paard bestijgen, want de

eere, die belooft onze Helper te zijn, moet niet van verre gezocht worden ; dus zullen wij ons ook niet meer te vergeefs vermoeien". Het schijnt mij toe dat dit de bedoeling is van den profeet.

Dan voegt hij er bij : En tot het icerlt onzer handen zulten icij niet meer zeggen : Gij zijt onze Goden. Gelijk zij gesproken hadden van het valsche betrouwen, dat zij in menschen gesteld hadden, zoo veroordeelen zij nu hun eigen bijgeloof. En dit zijn de twee onheilen, die verderf brengen over de menschen • want mets is meer verderfelijk dan onze hoop van God af té leiden, en dit geschiedt op tweeërlei wijze : de menschen vertrouwen óf op hunne eigene kracht, óf zij beroemen zich op hulp van menschen en verachten God, alsof zij ook zonder Hem wel veilig kunnen wezen ; — of wel, zij geven zich over aan valsche bijgeloovigheden. Beide deze krankheden hebben altijd in de wereld geheerscht, als de menschen, zich verstrikken in hunne eigene bijgeloovigheden, en zich nieuwe goden maken waarvan zij veiligheid verwachten ; gelijk wij zien dat het geval is onder het pausdom. God is schier niet meer bii hen in tel; Christus volstaat niet. Want hoe komt het, dat zij zoovele beschermers hebben, dat zij zich zoo velerlei voogdijschap hebben uitgedacht, indien niet omdat zij de hulpe Gods versmaden, oi haar zoo verkleinen, dat zij op geene verlossing door Hem durven hopen? Hieruit zien wij dat het bijgeloof de menschen van God afleidt, en alzoo oorzaak wordt van hun grootste verderf. Maar er zijn sommigen, die niet aldus aan het bijgeloof zijn overgegeven, maar hunne hoop vestigen op hunne eigene kracht of wijsheid. Want de kinderen dezer wereld ziin° opgeblazen, vanwege hunne eigene kracht; en als vorsten hunne

26

Sluiten