Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoolang Christus ons niet in zijne leerschool heeft onderwezen.

Dit nu kan niet anders geschieden, dan doordat wij uit de diepte der hel wórden opgetrokken en op den wagen Zijns kruises boven alle hemelen worden opgevoerd, om daar door het geloof te leeren verstaan, wat het oog nooit heeft gezien, noch het oor heeft gehoord, en wat ons hart en verstand verre te boven gaat.

Want op die school wordt ons niet de aarde als 't hoogste doel voorgesteld, schoon ze ons dagelijks vruchten verschaft tot voeding, maar Christus zelf biedt zich ons aan ten eeuwigen leven. Ook is het daar niet de hemel, die met den glans van zon en sterren onze oogen verlicht, maar Christus zelf, het licht der wereld en de zon der gerechtigheid, straalt in onze harten. Ook is het daar niet de luchtruimte, die ons doet ademhalen, maar Gods Geest geeft ons kracht en leven. Kortom, Christus' onzichtbaar koninkrijk neemt daar alles in beslag, en zijne geestelijke genade is over alles verspreid. Maar dit verhindert onze zintuigen niet, zich te richten op de beschouwing van hemel en aarde, en ook daaruit iets te zoeken, dat ons versterkt in de ware kennis van God.

Want Christus is het Beeld, waarin God niet alleen zijn hart ons laat zien, maar ook zijne handen en voeten.

Met zijn hart bedoel ik die verborgene liefde, waarmee Hij ons in Christus heeft liefgehad. Met zijne handen en voeten, bedoel ik de werken, die voor onze oogen zijn tentoongespreid. Zoodra wij van Christus ons verwijderen, moeten wij noodzakelijk zoowel in de meest duistere als in de meest vatbare dingen dwalen. Want al begint Mozes in dit boek met de schepping der wereld, toch laat hij ons daarbij niet blijven. Dit toch moet samengaan, dat God de wereld heeft geschapen, en dat de mensch, met het licht der kennis begaafd en met tal van voorrechten vereerd, door eigen schuld is gevallen en zich daardoor van al de goederen, die hij verkregen had, heeft beroofd. Voorts, dat hij door Gods genade het verlorene leven heeft terug ontvangen, en dat alleen door Christus verdienste. Daardoor bleef er op aarde altoos een geslacht, dat de belofte des eeuwigen levens had, en daarop vertrouwende, God diende. Hierop nu ziet de samenhang der geheele geschiedenis, dat het menschelijk geslacht aldus door God is bewaard, dat Hij in 't bijzonder zorgde voor zijne kerk. Want dit is de hoofdinhoud van dit boek, dat

Sluiten