Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de mensch na de Schepping der wereld als 't ware op eene schouwplaats is gesteld, om boven en beneden zich Gods wonderbare werken te aanschouwen, en zijnen Maker eerbiedig te loven. In de tweede plaats, dat alles tot gebruik des menschen is bestemd, opdat hij des te nauwer aan God verbonden zou zijn, en zich geheel aan Hem in ware gehoorzaamheid zou toewijden. Ten derde, dat hij met kennis en rede is toegerust, om onderscheiden te zijn van de redelooze dieren, of liever, opdat hij rechtstreeks tot God zou gaan, Wiens Beeld hij droeg, als in hem gegraveerd zijnde. Daarna volgt de val, waardoor Adam zich van God heeft vervreemd, en welke de oorzaak was; dat hij van zijne rechtheid is beroofd.

Aldus stelt Mozes den mensch ons voor, van alle goed beroofd, verblind in het verstand, verkeerd van hart, in elk opzicht verdorven, liggende onder het vonnis des eeuwigen doods. Terstond voegt hij echter daaraan toe de geschiedenis der wederoprichting, waarin Christus ons tegenstraalt, met de weldaad der verlossing.

Voorts verhaalt hij in onafgebroken volgorde Gods bijzondere Voorzienigheid in het regeeren en beschermen zijner kerk, en prijst ons den waren dienst van God aan. Hij beschrijft ons ook, waarin het heil des menschen gelegen is, en moedigt ons met het voorbeeld der vaderen aan tot onvermoeid kruisdragen. Elk dus, die naar behooren partij wil trekken van dit boek, moet zijne aandacht laten vallen op deze hoofdzaken. Inzonderheid lette men hierop, dat nu Adam door zijn nootlottigen val al zijne nakomelingen heeft verdorven, het fundament onzer zaligheid en de oorsprong der kerk hierin bestaat, dat wij, uit de diepste duisternis opgevoerd , enkel door de genade Góds een nieuw leven ontvangen hebben; dat de vaderen (gelijk hun door Gods Woord werd aangeboden) door het geloof dit leven verkregen hebben en dat dit Woord op Christus was gegrond. Voorts, dat alle vromen die daarna geleefd hebben, door dezelfde heilsbelofte ondersteund zijn, waardoor Adam in den beginne is verlevendigd ; dat de onafgebrokene voortzetting der kerk dus is voortgekomen uit deze bron, dat de vrome vaderen, de een na den ander, de hun geschonkene belofte door het geloof hebben omhelsd, en tot één huisgezin Godes werden vergaderd, om samen in Christus één leven te hebben. En hierop hebben wij vlijtig acht te geven, om te weten welke de ware

Sluiten