Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26. En God zeide: Laat ons menschen maken met ons Beeld, naar onze Gelijkenis en hij heersche over de visschen der zee, het gevogelte des hemels en 't vee, en de geheele aarde, en alle kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

27. Derhalve schiep God den mensch naar Zijn Beeld, naar het Beeld Gods zeg ik, schiep Hij hem, man en vrouw schiep Hij hen.

28. En God zegende ze, en God zeide tot hen : Vermeerdert en vermenigvuldigt U en vervult de aarde, en onderwerpt ze, en heerscht over de visschen der zee, en 't gevogelte des hemels, en alle gedierte, dat op de aarde kruipt.

29. En God zeide : Zie, Ik heb u alle zaaddragend kruid gegeven, dat op de geheele aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaaddragende boomvrucht is, opdat het U zij tot spijze.

30. En aan al 't gedierte der aarde, en alle gevogelte des hemels, en al wat kruipt op de aarde, waarin eene levende ziel is, zij alle groen kruid tot spijze. En het was zoo.

31. En God zag al, wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. En het was avond geweest en morgen, de zesde dag.

1. In den beginne. Het woord begin op Christus te laten slaan, is al te gezocht. Mozes toch wilde eenvoudig dit zeggen : dat de wereld niet terstond van den beginne geordend is geweest, gelijk zij thans gezien wordt, maar dat eene ledige chaos van hemel en aarde geschapen werd. Derhalve kan de zin aldus worden verklaard : „Toen God in den beginne hemel en aarde schiep, was de aarde woest en ledig". Voorts leert hij door het woord „scheppen", dat hetgeen vroeger niet bestond, geworden is. Immers, hij gebruikte niet het woord "li"1 dat „vormen" of „ordenen" beteekent, maar Daarom is de zin deze, dat

de wereld uit niets is geschapen. Hierdoor wordt weerlegd het lichtvaardig gevoelen van hen, die zich voorstellen, dat er altoos eene ongeordende stof heeft bestaan. Zij besluiten uit Mozes' verhaal niets anders, dan dat de wereld met een nieuw gewaad

Sluiten