Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is dus even groot, als wanneer God was begonnen uit niet te scheppen, wat Hij uit de aarde laat voortkomen. Toch neemt Hij de stof niet uit de aarde, alsof Hij die noodig had, maar om des te beter de afzonderlijke deelen der wereld met het geheel in overeenstemming te brengen. Men kan echter vragen, waarom God hier niet Zijn zegen aan toevoegt. Ik antwoord, omdat Mozes boven in gelijke bewoordingen zich heeft uitgedrukt, moet die zegening ook hier bij gedacht worden, ofschoon hij haar woordelijk niet herhaalt. Voorts beweer ik, dat het genoegzaam in Mozes verhaal ligt opgesloten, dat de dieren naar hunnen aard zijn geschapen. Deze onderscheiding toch bracht reeds iets duurzaams mede. En hieruit kan men opmaken, dat aan elk dier afzonderlijk de voortplanting werd ingeschapen. Want wat bedoelt hij anders met den aard, dan dat de individuen geslachtswijze zich zouden vermenigvuldigen ?

Vee. Sommige Hebreeuwsche schrijvers maken tusschen vee en gedierte der aarde dit onderscheid, dat het eerste woord alles, wat gras eet, aanduidt.

Maar „dieren der aarde" noemen zij die, welke ook vleesch daarbij eten. Toch wijst de Heere een weinig later aan beiden het gemeenschappelijk eten van kruid toe, en overal in de Schrift kan men zien, dat die twee woorden door elkaar gebruikt worden. Maar ik twijfel niet, of Mozes heeft, nadat hij ze Bvtpui heeft genoemd, er eenen anderen naam tot beter verstand aan toegevoegd. Versta hier onder kruipend gedierte, zulke dieren, die van nature over den grond kruipen.

26. Laat ons tnenscken maken. Schoon de toekomende tijd hier staat, zal niemand ontkennen, dat dit een woord is van iemand, die iets overlegt. Tot hiertoe voerde hij God alleen bevelende in, maar nu hij aan het allervoornaamste werk is toegekomen, spreekt hij van beraadslaging. Ongetwijfeld had God hier ook met een enkel woord kunnen bevelen, wat Hij wilde dat geschieden zou, maar hierin dat Hij over Zijne schepping op de eene of andere wijze beraadslaging hield, wilde hij de uitnemendheid van den mensch doen uitkomen. Dit is de hoogste eer, waarmede God ons heeft verwaardigd, en door dit woord wil Mozes ons tot het erkennen daarvan aansporen. Want God begint niet eerst met te denken, welke gedaante Hij den mensch zal geven, en met welke gaven hij behoort versierd te worden en evenmin blijft Hij als bij eene moeilijke taak even

Sluiten