Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stilstaan. Doch gelijk wij vroeger hebben gezegd, verdeelt God de schepping der wereld om onzentwille over zes dagen, opdat onze zinnen des te beter Gods werken zouden kunnen overdenken. Aldus verklaart Hij ook hier, door met de beraadslaging over het scheppen van den mensch te beginnen, dat Hij iets groots en bijzonders aanvangt, om daarmee de waardigheid onzer natuur ons aan te prijzen. Wel zijn er in onze bedorvene natuur vele dingen, die verachting kunnen opwekken, maar zoo men alles zuiver beoordeelt, is de mensch onder de andere schepselen een toonbeeld van Gods wijsheid, rechtvaardigheid en goedheid. Terecht wordt hij daarom door de ouden f/.iKpóxotrftvs, d. i. een wereld in 't klein genoemd.

Wijl nu God genen anderen raadgever noodig had, zoo is het aan geen twijfel onderhevig, dat Hij met zichzelven te rade ging. Zeer belachelijk maken zich de Joden, als zij verzinnen, dat God met de aarde of met de Engelen heeft gesproken. Alsof de aarde Hem goeden raad kon geven. Maar 't is ook eene schandelijke godslastering, van zulk een heerlijk werk ook maar het minste deel aan de engelen toe te schrijven. Waar vindt men, dat wij naar het beeld der aarde of der Engelen zijn geschapen ? Sluit Mozes niet alle schepselen terstond uit, als hij zegt, dat Adam naar het Beeld Gods is geschapen? Anderen, die zichzelven vernuftiger toeschijnen, zijn nog tweemaal zoo dwaas, als zij zeggen, dat God naar de wijze der koningen niet het meervoudig getal heeft genoemd. Alsof die vreemde gewoonte, die voor weinige eeuwen ingang vond, reeds toen in de wereld was !

Maar het is gelukkig, dat hunne onbeschaamde slechtheid met zulk eene domheid gepaard gaat. Thans kan een kind zelfs hunne dwaasheid vatten. De Christenen bewijzen dus met recht op dezen grond, dat er meer Personen in God zijn. God spreekt niet eenen vreemde aan. Hieruit leiden wij af, dat in Hem iets onderscheidens wordt gevonden, gelijk naar waarheid Zijne eeuwige wijsheid en kracht in Hem wonen.

Naar ons Beeld. Over deze beide woorden zijn de uitleggers 't niet eens. De meesten echter, en bijna allen, zijn 't er wel over eens, dat beeld en gelijkenis worden onderscheiden. En dit is de bijna algemeene onderscheiding, dat het Beeld ligt in het wezen van den mensch, en de Gelijkenis in de bijkomende dingen. Zij, die dit kort willen omschrijven, zeggen, dat

Sluiten