Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door ons de orde der natuur, die God had ingesteld, is omgekeerd. Want zoo heden de ongeschonden staat voort was blijven duren, zou deze instelling Gods duidelijk worden opgemerkt, en in het huwelijk zou de lieflijkste harmonie heerschen, omdat de man op God zou letten, en de vrouw daartoe zijne getrouwe hulpe zou zijn, en beiden met één gevoelen de heilige, zoowel als vriendschappelijke en aangename gemeenschap zouden in eere houden. Thans is het door onze zonde en 't bederf der natuur gekomen, dat dit huwelijksgeluk grootendeels nu voor ons is te loor gegaan, of ten minste met vele ongemakken is vermengd en besmet. Daarvandaan komen twisten, zwarigheden, bitterheid, oneenigheden, en een zee van groote kwalen; daarvandaan komt het, dat de mannen dikwerf door de vrouwen worden vervoerd, en vele onaangenaamheden van haar ondervinden. Toch kon door de slechtheid der menschen het huwelijk niet zoo worden bedorven, dat het geheel werd afgeschaft en de zegen werd uitgebluscht, dien God eenmaal door Zijn Woord heeft bekrachtigd. Derhalve in de vele ongemakken van het huwelijk, die de vruchten zijn van de ontaarde natuur, blijft toch nog iets overig van het goede, dat God daarin heeft gelegd en —- als in een uitgedoofd vuur, flikkeren toch tot hiertoe nog de vonken. Van dit leerstuk nu hangt ook 't andere af, dat de vrouwen van haren plicht onderricht, door hare mannen te helpen, zich zouden bevlijtigen de van Godswege gestelde orde te bewaren. Den mannen past het ook te erkennen, wat zij op hunne beurt verschuldigd zijn aan de helft van hun geslacht. De verplichting van beide geslachten toch is wederkeerig, en is de vrouw den man tot hulpe toegevoegd onder deze wet, dat hij zich haar hoofd en bestuurder zou betoonen. Intusschen moet worden opgemerkt, dat als hier de vrouw de hulpe des mans wordt genoemd, niet bedoeld wordt den nood waarin wij verkeeren na Adams' val. Want ook al was de man staande gebleven zou de vrouw hulpe geweest zijn. Thans, als de kwaal der zinnelijke lust een geneesmiddel noodig heeft, hebben wij eene dubbele weldaad, maar dit latere is bijkomstig.

Als tegenover hem. 't Hebreeuwsch heeft kenegdo, HJ33 „als recht tegenover hem". 3 Ke is in die taal vergelijkingsteeken. Schoon nu enkelen van de Rabbijnen meenen, dat het hier als bevestiging staat, neem ik het in den oorspronkelijken zin, alsof gezegd was, dat zij was als neven-

Sluiten