Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen God als Wetgever, en overtreding van het recht, is het zeker, dat hij in strijd is geweest met Gods wil. Hierin ligt echter geen bezwaar, dat Hij om zekere oorzaak, al is die ons onbekend, gewild heeft, dat de mensch zou vallen. Het kwetst sommiger ooren, als gezegd wordt „God heeft het gewild . Maar ik bid U, wat anders is de toelating van Hem, die 't recht heeft om te verhinderen, ja in wiens hand de geheele zaak ligt, dan een willen ? O, dat de menschen zich liever door God lieten oordeelen, dan dat zij zich die heiligschennende roekeloosheid aanmatigden om Hem te oordeelen. Doch dit is de aanmatiging des vleesches, om God te onderwerpen aan ons onderzoek. Ik houd mij aan dit grondbeginsel dat niets meer aan God vreemd is, dan dat wij zeggen, dat de mensch door Hem was geschapen, opdat zijn toestand onzeker en

twijfelachtig zou zijn.

En daarom stel ik vast, dat God gelijk het den Schepper paste, eerst bij zich had besloten, wat met den mensch zou gebeuren. Verkeerdelijk besluiten onkundigen daaruit, dat de mensch niet door vrije wilsuiting heeft gezondigd. Want hij gevoelde zelf, door 't getuigenis van zijn eigen geweten overtuigd, dat hij in het zondigen al te vrij was geweest. Of hij uit noodzaak of toevallig heeft gezondigd, is eene andere kwestie. Zie daarover na de Institutie en mijn werk over de Predestinatie.

En zij zeide tot de vrouw. Deze plaats vallen goddelooze menschen met hunne spotternijen aan, omdat Mozes een dier laat spreken, dat slechts met zijn in tweeën gespleten tong onduidelijk sist. En allereerst vragen zij van wanneer af de dieren zijn begonnen stom te zijn, als zij toen een duidelijk en met ons gemeenschappelijk spraakvermogen hadden. Het antwoord ligt voor de hand, dat de slang niet van nature welbespraakt is geweest, maar dat, toen satan onder Gods toelating een instrument tot zijne beschikking heeft gekregen, hij ook met zijn tong woorden heeft gevormd, wat God eveneens heeft toegelaten. Ik twijfel niet, of Heva heeft gevoeld, dat dit buitengewoon was, en daarom vernam zij des te begeeriger, wat zij bewonderde. Als zij nu fabelachtig verklaren, wat ongewoon is, zal het God daarom niet vrij staan eenig wonder te doen ? Door eenig werk te openbaren, dat buiten 't gewone gebruik staat, dwingt God ons tot bewondering Zijner macht. Zoo wij

Sluiten