Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder dit voorwendsel Gods macht bespotten, omdat ze ons niet gewoon voorkomt, zijn wij dan niet meer dan onbeschaamd ?

Bovendien, zoo 't ongelooflijk schijnt, dat op Gods bevel dieren gesproken hebben, vanwaar komt bij den mensch de spraak anders, dan doordien God zijne tong heeft geformeerd ? Het Evangelie verkondigt, dat zonder tong eene stem van den hemel kwam om Christus' heerlijkheid te openbaren. Dit is voor het vleeschelijk verstand veel minder waarschijnlijk, dan dat uit den mond van stomme dieren woorden zijn ontlokt. Wat zal dus de overmoed der goddeloozen hier vinden, dat der spotternij waardig is ? Kortom, elk die een God in den hemel stelt, Die de wereld bestuurt, moet Hem ook de macht toekennen, om naar Zijn goedvinden stomme dieren te leeren spreken, gelijk Hij soms sprekende menschen stom maakt. Voorts openbaart zich daarin satans slimheid, dat hij niet regelrecht den man aanpakt, maar op den persoon der vrouw aanvalt, als door een loopgraaf. Deze listige manier van aanvallen is ons ook heden meer dan genoeg bekend. Och, mochten wij daardoor maar meer leeren op onze hoede te zijn ; want aan dien kant, waar hij ons 't minst versterkt ziet, dringt hij zich heimelijk in, opdat hij niet worde opgemerkt, voordat hij tot zijn doel is doorgedrongen. De vrouw ontvlucht het gesprek der slang niet, omdat destijds nog geene onderscheiding bestond. Zij beschouwde de slang dus niet anders als een huisdier. Er wordt gevraagd, wat toch satan heeft aangezet, om zich toe te leggen op het verderf des menschen. Nieuwsgierige sophisten hebben zich ingebeeld, dat zijne afgunst is ontbrand, omdat hij vooruitzag, dat de Zoon van God ons vleesch zou aandoen ; maar dit is eene ijdele bespiegeling. Want, als Gods Zoon mensch is geworden, om ons, die reeds verloren waren, uit de ellendige verstrooiing te verlossen, hoe kon dan vooruit worden gezien, hetgeen niet zou gebeurd zijn, als de mensch niet had gezondigd ? Zoo men toegeeft aan gissingen, is 't waarschijnlijk, dat hij (gelijk wanhopigen gewoon zijn) met zekere razernij is bezield geweest, den mensch met zich mede te sleepen, om samen den eeuwigen dood te ondergaan. Maar met die ééne reden moeten wij tevreden zijn, dat hij, dewijl hij Gods tegenstander was, beproefd heeft, de van Hem gestelde orde om te keeren. En waar hij God van zijn standpunt niet kon aftrekken, heeft hij den mensch aangevallen, in wien Gods

Sluiten