Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen van die heilzame vrucht zou afgehouden hebben. Maar deze komen duidelijk met zichzelven in strijd, want ook zij stemmen toe, dat Satan in het eerste lid reeds geheel, het geloof aan God heeft weggenomen, alsof hij had gelogen. Anderen meenen, dat God wordt beschuldigd van kwaadwilligheid en afgunst, daarin dat Hij den mensch de hoogste volmaaktheid wilde onthouden ; en het gevoelen van dezen heeft meer waarschijnlijkheid.

Intusschen beproeft Satan, m. i. te bewijzen, wat hij zoo even had gezegd, met een reden, genomen uit het tegenovergestelde. „Dezen boom, zegt hij, heeft God u verboden, opdat Hij niet zou gedwongen worden u toe te laten tot het deelgenootschap aan Zijne heerlijkheid, en derhalve is de vrees voor straf overbodig." Kortom, hij ontkent, dat de vrucht schadelijk is, omdat ze nuttig en heilzaam is. Als hij zegt, dat God geweten heeft, verwijt hij Hem jaloerschheid, alsof Hij met opzet het bevel aangaande den boom had gegeven om den mensch op een lageren trap te houden,

Gij zult als God zijn. Enkelen vertalen : „gelijk aan de Engelen", maar 't kan ook in het enkelvoudig getal vertaald worden „als God". Bij mij bestaat geen twijfel, of Satan belooft hun de godheid, alsof hij had gezegd : „met geene andere bedoeling onthoudt God u den boom der kennis, dan omdat Hij vreest u tot medegenooten te hebben". Overigens spreekt hij niet van de goddelijke heerlijkheid of gelijkheid aan God in de volmaakte kennis van goed en kwaad, zonder een schijn van waarheid, maar het is slechts blanketsel, om de ongelukkige vrouw te verstrikken. Omdat aan allen van nature de lust om te weten is aangeboren, meent men, dat daarin het geluk gelegen is. Doch Heva dwaalde, als zij de manier om tot mate van weten te komen niet richtte naar de uitspraak Gods. En aan diezelfde kwaal lijden wij allen nog dagelijks, dat wij meer zoeken te weten, dan dienstig is en de Heere toestaat, terwijl toch het voornaamste hoofdstuk der wijsheid is, eene geregelde bedachtzaamheid om God te gehoorzamen.

6. En de vroinv zag. Deze onreine en met het vergif der begeerlijkheid besmette blik van Heva, was de voorbode en 't bewijs van een onzuiver hart. Te voren had zij den boom goed kunnen aanzien, zonder dat eenige lust tot eten haar gemoed raakte. Het geloof toch, dat zij bezat in Gods Woord,

Sluiten