Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder vrucht zijn gebleven; Mozes toont echter aan, dat zij van Gods weldaden beroofd zijn voordat zij aan 't gebruik gewoon waren.

Gemakkelijk onderschrijf ik derhalve den uitroep van Augustinus : „o Ongelukkige vrije wil, die, hoewel nog ongeschonden, zoo weinig kracht bezat!" Maar om te zwijgen van de kortheid van het tijdsbestek, vermeldenswaardig is de vermaning van Bernardus : „Als wij lezen, dat zulk een vreeselijke val in het Paradijs heeft plaats gehad, wat zal er dan van ons worden, op onzen aschhoop ?" Tevens hebben wij in 't oog te houden, onder welk voorwendsel onze eerste ouderen werden verleid tot de hoofdzonde voor zichzelve en al hunne nakomelingen. Aannemelijk was satans vleitaal: ",Gij zult het goed en het kwaad kennen ; doch daarom was dit weten vervloekt, omdat het buiten de genade Gods om werd gezocht. En daarom, zoo wij niet uit eigen beweging in dezelfde strikken willen verward raken, laten wij dan leeren, dat wij alleen van den wil Gods afhangen, dien wij als den bewerker van alle goed erkennen. En omdat ons de Schrift overal aan onze naaktheid en ons gebrek herinnert, en toeroept, dat wij in Christus kunnen terugkrijgen, wat wij in Adam verloren hebben, laten wij daarom, met wegwerping van al ons zelfvertrouwen, ons geheel ledig aan Christus aanbieden, opdat Hij ons vervulle met Zijne rijkdommen.

7. En hunne oogen zijn geopend. Heva's oogen moesten bedekt blijven, totdat ook de man was bedrogen. En nu beginnen beiden door den band dezer ongelukkige overeenstemming verbonden, hun kwaad te gevoelen, schoon zij nog niet door de ernstige kennis hunner schuld worden gekweld.

Zij schamen zich over hunne naaktheid en toch, nu zij overtuigd zijn, vernederen zij zich niet voor God, vreezen zij Zijn oordeel niet, gelijk hun betaamde. Integendeel, zij houden niet op met uitvluchten te zoeken. Toch is dit eenige vooruitgang, dat, waar zij zooeven nog gelijk reuzen den hemel bestormden, zij thans door schaamtegevoel overmand, naar een schuilhoek vluchten. Deze opening der oogen bij de eerste menschen, opdat zij hunne schande zouden zien, bewijst duidelijk, dat zij ook volgens hun eigen oordeel schuldig waren. Nog zijn ze niet voor Gods rechterstoel geroepen ; niemand is er, die hen in de engte drijft. Maar is de schaamte, die hun van 7

Sluiten