Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die niet lacht om hunne dwaasheid, want het was belachelijk, zulk een bedeksel tegen de oogen Gods te maken. Toch lijden wij allen aan dezelfde kwaal, want bij de eerste prikkelingen der conscientie aarzelen wij wel, en schamen wij ons; maar voorts overvalt ons eene toegevendheid, die ons vervoert tot dwaze beuzelingen, alsof het eene lichte zaak is, met God den spot te drijven. Derhalve, zoo 't geweten ons niet meer drukt, kan geen schijn van verontschuldiging zoo nietig en zoo zwak zijn, of wij leggen ons daarbij neer. Ja, als er geene voldoende verontschuldiging bestaat verschaffen wij ons zeiven afleiding, en na drie dagen van vergetelheid meenen wij wederom goed beschut te zijn. Kortom, hier wordt door Mozes beschreven die koude en halfdoode kennis der zonde, zooals ze aangeboren is aan het menschelijk verstand, waardoor zij alle verontschuldiging missen. Toch kan gevraagd worden, als de geheele natuur besmet is met vlekken der zonde, waarom blijkt dan slechts de ontaarding des lichaams aan één gedeelte daarvan. Want niet 't gelaat, noch de borst bedekken Adam en Heva, maar slechts die deelen, welke wij schaamdeelen noemen. Hierom, meen ik, heeft men algemeen geen ander bederf van 't leven erkend, dan in de zinnelijke lust.

Toch moet men in aanmerking nemen, dat zij in de oogen en ooren geene mindere oorzaak van schaamte hadden, dan in de geslachtsdeelen. Deze waren door de zonde nog niet besmet, daar toch de oogen en de ooren Adam en Heva hadden ontreinigd, en deze zich als 't ware aan den duivel tot wapenen gesteld hadden. Maar voor God was het genoeg, dat in 't menschelijke lichaam eenig teeken van schaamte bestond, dat aan de zonde deed denken. Gelijk wij reeds gezegd hebben, kenden Adam en zijne vrouw hunne schande nog niet, toen zij met zulk eene lichte bedekking Gods blik poogden te ontvluchten.

8. Zij hoorden de stem des Heeren. Zoodra de stem Gods weerklinkt, gevoelen Adam en Heva, dat de bladeren, waarmee zij dachten goed beveiligd te zijn, hun niet baten. Niets verhaalt Mozes hier, wat ook thans niet voortleeft in de menschelijke natuur, en daarin duidelijk wordt opgemerkt. In aller harten is het onderscheid van goed en kwaad ingegrift, gelijk Paulus leert Rom. 2 vs. 15; maar met ijdele vijgebladeren bedekken allen de schande hunner ondeugden, totdat God met

Sluiten