Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne spitsvondige verdediging, en later door zijn goddeloos verwijt, heeft hij de beschuldiging eer verzwaard dan verminderd. Kortom, schoon hij tegenstribbelt, toch is hij overtuigd. Nu wendt de Rechter zich tot de vrouw, om, na van beider zaak kennis te hebben genomen, eindelijk het vonnis te vellen. Ook vertalen uitleggers de woorden Gods aldus : „Waarom hebt gij dit gedaan?" Maar de Hebreeuwsche zin heeft meer kracht, want God spreekt als iemand, die zich bevreemdt over eene wonderlijke zaak. Derhalve moet liever vertaald worden : „Hoe hebt gij dit gedaan ?" Alsof Hij had gezegd: „Hoe kan het in uw gemoed opkomen, voor uwen man zulk eene verkeerde raadgeefster te zijn ?"

De slang heeft mij verleid. Heva had moeten verstommen, ziende het gewicht harer misdaad, waaraan zij herinnerd werd. Toch zwijgt ze niet, maar op 't voorbeeld des mans laadt zij de schuld op een ander. Door de slang te beschuldigen meent zij zelve vrij te zijn. Voorwaar, zij handelt dwaas, onbeschaamd. Want hierop komt de tegenwerping neer : ik heb van de slang gekregen, wat gij verboden hadt, de slang is de overtreder geweest. Maar wie dwong Heva aan hare bedriegerijen het oor te leenen, ja deze liever te gelooven dan het woord Gods ? Ten slotte, waarom liet zij die toe ? Zette zij niet de deur daarvoor open dien de Heere genoegzaam had versterkt ? In alles vertoont zich de vrucht der eerste zonde. Daar zij blind is in hare veinzerij zou zij gaarne God het zwijgen opleggen. En vanwaar komen dagelijks zoovele klachten? Omdat God niet zwijgt, zoo dikwijls onze zinnen verblind zijn.

14. En de Heere zeide tot de slang. De slang neemt Hij niet in verhoor, gelijk den man en de vrouw, omdat in het dier geen besef der zonde was, en den duivel geene hoop op vergiffenis overbleef. Met recht had Hij ook onverhoord het vonnis kunnen vellen over Adam en Heva. Waarom anders roept hij hen dus tot onderzoek, dan omdat Hij hunne zaligheid ter harte neemt ?

Deze leer moeten wij tot ons nut aanwenden. Om ons te veroordeelen was geene aanklacht, noch plechtige vorm van proces noodig, En daarom, als God het daarop toelegt, dat Hij ons eene schuldbelijdenis ontlokt, handelt Hij meer als geneesheer dan als rechter. Dit is ook de reden, waarom de Heere, voordat Hij de menschen straf oplegt, een begin maakt met de

Sluiten