Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27. Zoo waren al de dagen van Methuselat negen honhonderd negen en zestig jaren en hij stierf.

28. En Lamech leefde honderd twee en tachtig jaren, en hij gewon een zoon.

29. En hij noemde zijnen naam „Noach", zeggende: „Deze zal ons troosten van ons werk en van de smart onzer handen vanwege het aardrijk, dat de Heere vervloekt heeft."

30. En Lamech leefde, nadat hij Noach gewonnen had vijf honderd vijf en negentig jaren, en hij gewon zonen en dochteren.

31. Zoo waren al de dagen van Lamech zeven honderd zeven en zeventig jaren en hij stierf.

32. En Noach was vijf honderd jaren oud en gewon Sem, Cham en Japhet.

1. Dit is het boek van Adams geslachten. In dit hoofdstuk wordt kortelijks vermeld hoeveel tijd er verliep tusschen de schepping der wereld tot den zondvloed, en tevens stipt Mozes het een en ander aan uit de geschiedenis van dien tijd. Schoon wij het doel des Geestes niet vatten, waarom Hij groote en zeer merkwaardige zaken met stilzwijgendheid is voorbijgegaan, zoo is het toch onze roeping vele dingen, die verzwegen worden te overwegen. Beschouwingen echter, die elk voor zich uit ongegronde gissingen opmaakt, keur ik volstrekt niet goed. Ook wil ik niet de oorzaak zijn dat de lezers daaraan toegeven.

Doch zoo men wil, kan men uit dit dorre en drooge verhaal opmaken, hoedanig de toestand dier tijden was, gelijk wij ter bestemder plaats zullen zien. Met het woord „Boek" wordt naar t spraakgebruik der Hebreeuwsche taal „lijst" bedoeld. Met „geslachten" wordt bedoeld de opeenvolging van het geslacht of de nakomelingschap. Voorts was het doel van het opmaken dezer lijst, dat wij zouden weten, dat van die groote of liever onmetelijke menschenmassa, altoos een getal, al is 't dan ook klein, geweest is, dat God diende; en dat dit getal door hulp van boven op wonderlijke wijze is bewaard, zoodat met geheel Gods Naam is uitgedelgd en het zaad der Kerk is te loor gegaan.

Sluiten