Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de nadruk. Want hij heeft reeds meermalen gezegd, en straks herhaalt hij het nog eens, dat geen tijd meer bedorven is geweest dan die eeuw.

Het was dus een bewonderenswaardig voorbeeld van standvastigheid, dat hij van alle kanten door den reuk der misdaden omgeven, daardoor niet besmet werd.

Wij weten, hoe groot de kracht der gewoonte is, zoodat niets moeilijker is, dan heilig te verkeeren onder goddeloozen, en niet door hunne slechte voorbeelden te worden medegevoerd.

Men vindt nauwelijks één op de honderd, die niet dat duivelsche spreekwoord in den mond heeft: „Men moet huilen met de wolven, waarmee men in 't bosch is", en het grootste deel der menschen maakt uit het algemeen gebruik een wet, en acht geoorloofd, wat algemeen is aangenomen. Overigens wordt hier de bijzondere deugd van Noach geprezen, en daarin ligt voor ons een voorschrift, wat ons te doen staat, als degeheele wereld op den weg des verderfs voortholt. Wel zijn heden de zeden der menschen bedorven, en is de geheele levenswijze zoo verkeerd, dat de vroomheid allerzeldzaamst is, maar toch was de verwarring ten tijde van Noach nog grooter en verschrikkelijker, zoodat hij geheel alleen stond in het dienen van God en het betrachten der rechtvaardigheid. Als hij het kon uithouden tegen het bederf der geheele wereld, in zoo zware en geweldige aanvallen van onbillijkheid, zoo blijft er voor ons geene enkele verontschuldiging over, als wij niet met dezelfde zielskracht, ondanks ontelbare hinderpalen des kwaads, den rechten weg houden. Ook is het niet onwaarschijnlijk, dat Mozes heeft gesproken van geslachten, in 't meervoudig getal, om des te beter uit te drukken, welk een krachtig en onoverwinnelijk kampvechter Noach was, dat zoovele eeuwen hem niet hebben kunnen doen veranderen.

Bovendien wordt in 't vervolg de wijze, waarop hij de rechtvaardigheid beoefende, verklaard, n.1. dat hij met God wandelde. Deze deugd wordt ook in den heiligen aartsvader Henoch in 't vorige hoofdstuk door Mozes geprezen, waar wij hebben aangetoond, wat dit beteekende. Wijl het bederf der zeden op aarde zoo groot was, zou Noach, als hij op menschen had gezien, in den diepen afgrond zijn meegesleurd. Derhalve ziet hij het eenige redmiddel hierin, om met voorbijzien van menschen, al

Sluiten