Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22. En Noach deed. In korte, doch zeer verhevene woorden prijst Mozes hier het geloof van Noach. Onervarenen verwonderen zich er over, dat de Apostel, Hebreen 11 vs. 7, hem een erfgenaam noemt der rechtvaardigheid, die naar het geloof is. Alsof niet alle deugd, en al het lofwaardige in den heiligen man uit deze bron voortkwam. Want men moet bedenken met welke listige verzoekingen zijn gemoed voortdurend te kampen had. Eerstens kon de grootte der ark hem afschrikken, zoodat hij zelfs geen vinger uitstak om het werk aan te vangen. De lezers kunnen zich voorstellen hoe groote menigte boomen moesten geveld worden, hoe groot de moeite van het vervoer was, en hoe moeilijk de samenvoeging was. Ook lag het nut der ark eerst in het verschiet. Want de heilige man moest over de honderd jaren met dien moeilijken arbeid bezig zijn. Men moet niet meenen, dat hij zoo dom is geweest, dat hinderpalen van dien aard hem niet voor den geest kwamen. Ook was het nauwelijks te verwachten, dat de menschen van die eeuw zouden toelaten, dat hij tot hunne schande zijne behoudenis verzekerde. Vroeger is gesproken over hunne verbazende ruwheid. Er is dus geen twijfel aan, of ze hebben zonder reden die nederige en eenvoudige menschen dagelijks gekweld. Dit toch was eene gemakkelijke aanleiding tot twist, dat Noach door overal boomen te vellen de aarde ontblootte, en hen beroofde van verscheidene gerieflijkheden. Er is een volksspreekwoord, dat zegt : „verkeerde en twistgierige menschen vechten om de schaduw van een ezel". Wat moet Noach dan wel beducht geweest zijn voor wat die woeste reuzen zouden doen om het gemis van zoovele schaduwen van boomen, daar zij in alle gewelddadigheid geoefend waren en overal de gelegenheid tot strijden aangrepen ? Maar dit was het voornaamste dat hunne woede moest aanvuren, dat hij voor zich alleen een toevluchtsoord maakte en daardoorallen aan 'tverderf prijs gaf. Zoo zij niet verhinderd waren, door de krachtige hand Gods, zouden zij den heiligen man wel honderdmaal gesteenigd hebben. Het is echter waarschijnlijk, dat hunne woestheid niet geheel onderdrukt is, zoodat zij hem van alle kanten met spot en plagerijen hebben aangevallen, en hem met vele verwijten hebben gekweld, en heftig hebben bedreigd. Ik geloof zelfs, dat zij hunne handen niet hebben thuis gehouden om het werk in de war te sturen. Al werd dus het hem opgedragen werk vlug aangevangen, zoo kon

Sluiten