Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeger van de dieren had gezegd, en dat niet te vergeefs. Want het was geene geringe moeite, om uit de bosschen, de gebergten, en holen zoo groote menigte van wilde dieren te verzamelen, waarvan de meeste soorten misschien onbekend waren, en ook was in de meesten dezelfde woestheid die wij thans nog zien. En daarom moedigt God den heiligen man aan, opdat hij zich niet door die moeilijkheid zou laten afschrikken en de hoop op een goeden uitslag opgevende, zou bezwijken. Hier schijnt op 't eerste gezicht eenige tegenstrijdigheid te bestaan, omdat hij eerst van twee tegelijk sprak en nu van zeven spreekt.

De oplossing ligt voor de hand, want Mozes heeft vroeger het getal niet uitgedrukt, maar slechts gezegd, dat bij de mannetjes de wijfjes tot gezelschap moesten gevoegd worden. Hij zeide als 't ware, dat Noach bevel kreeg de dieren niet dooreen te mengen bij het verzamelen, maar paren uit te kiezen tot voortteling. Maar nu is er sprake van 't getal. Voorts moet men „zeven bij zeven" niet verstaan van even zoovele paren uit elk geslacht afzonderlijk, maar drie van elk waarbij een dier wordt gevoegd om te offeren. De Heere toch wilde, dat van de reinste dieren een driemaal grooter getal zou overblijven, omdat zij meer in gebruik zouden komen bij de menschen. En hierin hebben wij op te merken Zijne Vaderlijke goedheid jegens ons, die Hem beweegt in alles rekening met ons te houden.

3. Opdat zaad in leven gehouden worde. Dit beteekent : opdat daaruit een nieuw geslacht geboren worde. Overigens slaat dit op Noach zelf. Want schoon God alleen door te spreken het leven geeft, let Hij toch op de taak, die Hij aan Zijnen knecht heeft toegedacht, en beveelt Hij hem met het oog opzijn ambt, de dieren te verzamelen om zaad in het leven te behouden. Geen wonder dus, dat van de Evangeliedienaren gezegd wordt, dat ze geestelijk leven mededeelen. In de toevoeging, die terstond volgt: „op de oppervlakte der geheele aarde" ligt een dubbele troost n.1. dat de wateren, nadat ze een tijd lang de aarde bedekt hadden, weder zouden wijken, en de aardbodem droog zou te voorschijn komen. Vervolgens, dat niet slechts Noach in leven zou blijven, maar dat door Gods zegening het getal der dieren zou vermeerderd worden, en zoo zich wijd en zijd zouden verspreiden over de geheele aarde.

Sluiten