Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo wordt midden in den ondergang hem toegezegd, dat er eene vernieuwing zou plaats hebben. Er is Mozes veel aan gelegen om aan te toonen, dat God op alle wijzen heeft gezorgd om Noach bij de gehoorzaamheid aan Zijn woord te houden, en dat de heilige man geheel daarin berust heeft. Deze leer komt vooral te pas als God iets ongeloofelij ks toezegt, of bedreigt, daar de menschen niet gaarne aannemen wat hun niet waarschijnlijk voorkomt. Niets toch was minder in overeenstemming met het oordeel des vleesches, dan dat de wereld door haren schepper zou verwoest worden; omdat dit gelijk stond met het omkeeren van de geheele door Hem vastgestelde orde der natuur. En daarom, zoo Noach niet nauwkeurig was onderricht aangaande dit schrikkelijk oordeel Gods, zou hij het nooit hebben durven gelooven, vreezende dat hij zich God in strijd met Zichzelven zou voorstellen. 't Woord O'lpVl „hajekoem", dat Mozes hier gebruikt, komt af van een woord dat „staan" beteekent, maar beduidt eigenlijk, wat leeft en krachtig is.

5. En Noach deed naar alles. Dit is geene bloote herhaling van den vorigen zin, maar Mozes prijst hier den blijvenden voortduur derzelfde gehoorzaamheid in het bewaren van alle Gods bevelen. Hij zegt als het ware, dat in welk opzicht de Heere ook zijne gehoorzaamheid op de proef wilde stellen, hij altoos standvastig gebleven is. Het gaat ten minste niet aan het een of ander bevel Gods te gehoorzamen, en zich na die stilzwijgende gehoorzaamheid volbracht te hebben, terug te trekken, want aan dit woord van Jacobus moeten wij ons houden : „Die verboden heeft te dooden, verbood ook het stelen en hoereeren", Jac, 2 vs. 10.

6. En hij was zesJionderd jaren oud. Niet zonder oorzaak teekent hij nog eens Noach's leeftijd aan ; want de ouderdom heeft onder anderen ook dit gebrek, dat hij de menschen trager en langzamer maakt, zoodat te duidelijker Noachs geloof uitkomt, nu hij op dien leeftijd niet bezweek. Eveneens was het eene groote deugd gedurende honderd jaren niet te verflauwen; ook verdient niet weinig lof zijne stiptheid, dat hij hetbovel om in de ark te gaan, oogenblikkelijk gehoorzaamde. Als Mozes een weinig later er bijvoegt, dat hij is ingegaan wegens de wateren van den vloed, moet dit niet worden uitgelegd, alsof hij door de neervallende wateren gedwongen is, de toevlucht te nemen in de ark, maar dat hij, opgeschrikt door het woord,

Sluiten