Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daardoor komt het, dat zij scheef en verdraaid worden geacht, gelijk zij ook werkelijk zijn. Want alle dingen, die zij onder den schijn van deugd besluiten, zijn als wijn, die door don onaangenamen geur des bekers wordt bedorven. Want de hartstochten die op zich zelf prijzenswaardig zijn, zijn gelijk vroeger is aangetoond, door de erfzonde bedorven en door ongeregeldheid afgeweken van hunne natuur, zooals onderlinge liefde van echtgenooten, de liefde der ouders jegens de kinderen en dergelijke. De bijvoeging „van der jeugd af" drukt nog beter uit, dat de menschen als slecht geboren worden, zoodat, als zij overeenkomstig hun leeftijd gedachten beginnen te vormen, het blijkt, dat zij eenen bedorven wortel des verstands bezitten. Door hetgeen de Heere hier toeschrijft aan de natuur over te brengen op de hebbelijkheid, tooneri de wijsgeeren hunne onwetendheid. En geen wonder, want wij behasren cn vleien onszelven, en bemerken intusschen niet, hoe

O ' '

doodelijk de besmetting der zonde is, en welk eene verkeerdheid al onze zinnen heeft bevangen. Ieder moet dus berusten in Gods oordeel, als Hij verklaart, dat de mensch zulk een slaaf der zonde is, dat hij niets reins, noch iets goeds voortbrengt. Toch houde men tevens in het oog, dat de schuld niet op God kan worden geworpen, omdat de oorsprong daarvan ligt in den afval van den eersten mensch, waardoor de Scheppingsorde is omgekeerd. Ook kan onder voorwendsels dezer slavernij niets worden afgedaan van de schuld en verantwoordelijkheid der menschen, omdat, bij aldien zij geheel zich in het kwade storten, zij niet door geweld van buiten af worden getrokken, maar door de eigene beweging van hun hart. Kortom zij zondigen alleen vrijwillig.

22. Voortaan zullen alle dagen. Met deze woorden wordt de wereld weer in haren oorspronkelijken vorm hersteld. Want zulk eene verwarring en ontaarding van alles had de aarde overstelpt, dat eene zekere vernieuwing noodig was. Daarom noemt ook Petrus, de in den zondvloed omgekomenen, de oude wereld ; 2 Petr. 3vs. 6. Kortom, de watervloed was eene onderbreking van de orde der natuur. Want de afwisseling van zon cn maan was opgehouden, en er was geen onderscheid van winter en zomer. En daarom verklaart de Heere, dat het Hem behaagde, dat alles zijn kracht zou terugkrijgen, cn tot zijne orde zou terugkeeren. Verkeerdelijk verdcelcn de Joden het

Sluiten