Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

persoon voor alle eeuwen eene waarschuwing tot matigheid wilde stellen. Dit is het verdiende loon van dronkenschap, dat zij, die het Beeld van hunnen hemelschen Vader misvormen, door hunne zonen bespot worden. Want zij, die dronken zij n, benevelen hun verstand zooveel zij maar kunnen, en berooven zich van de rede, zoodat zij tot dieren ontaarden. Laten wij dus bedenken, dat als de Heere de eenige val van dien heiligen man zoo zwaar heeft gestraft, Hij geen minder streng Rechter zal zijn van hen, die zich dagelijks bedrinken. Daarvan hebben wij genoegzame voorbeelden voor oogen. Intusschen openbaart Cham, door zijnen vader smadelijk te belachen, een verkeerden en slechten geest. Wij weten, dat de ouders, volgens Gods bevel, eerbiedig moeten geëerd worden, en ook zonder beschrevene wetten en rechtbanken leert ons dit de natuur onophoudelijk. Algemeen wordt aangenomen, dat de liefde, vooral die jegens de ouders, de moeder is van alle deugden. Cham moet dus van eenen slechten, verkeerden en verdraaiden geest geweest zijn, om niet alleen uit zijns vaders schande genot te scheppen, maar ook zijne broeders daartoe te willen opwekken. Het was een groot schandaal, dat Noach, de bedienaar der behoudenis der menschen, en het hoofd van de herstelling der wereld, op zulk eenen hoogen ouderdom dronken voorover in zijn huis lag, en zulk een goddelooze en misdadige Cham uit Gods heiligdom voortkwam. Acht zielen had God uitverkoren, als een heilig en van alle smet gereinigd zaad, tot vernieuwing Zijner Kerk, maar Noachs zonde toont hoe noodig de menschen met een teugel door God moeten ingetoomd worden, hoezeer zij ook uitmunten in deugd.

Chams goddeloosheid toont ons, hoe diep de wortel des kwaads in den mensch ligt, zoodat ze voortdurend weer uitspruit, tenzij de kracht des Geestes sterker is. Bijaldien nu in de heilige schuilplaats Gods onder zoo weinigen een duivel is bewaard gebleven, laten wij er ons dan niet over verwonderen, dat, nu in de Kerk de schare van menschen veel grooter is, de slechten met de goeden dooreengemengd zijn. Zonder twijfel werden Sem en Japheth diep in hunne ziel getroffen, toen zij zulk een vreeselijke spotlust in hunnen broeder ontdekten, en hun vader schandelijk ter aarde uitgestrekt zagen. Zulk eene schandelijke zinsverbijstering in het hoofd der nieuwe wereld en den heiligen Patriarch der Kerk, moest hen evenzeer verschrikken, alsof ze

Sluiten