Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is tusschen de zonde van Noach, en de verwenschte afschuwelijkheid van zoovele misdaden, waarmee zij hemel en aarde besmetten, ga ik met stilzwijgen voorbij. Doch laten de Antichrist en de gekroonde bisschoppen met heel hun gevolg zich als de vaderen gedragen, als zij willen, dat hun nog eenige eer zal worden bewezen.

24. Noach nu ontwaakte. Men zou kunnen denken, dat Noach, schoon hij eene billijke reden had om in toorn los te barsten, zich niet bescheiden en ernstig gedraagt. Hij had ten minste in stilte voor God zijne zonde moeten betreuren en ook door schaamte voor de menschen van zijn berouw getuigenis moeten afleggen. En nu, alsof hij zelf niets had misdaan, breekt hij met bovenmatige strengheid in toorn uit tegen zijnen zoon. Maar Noach vermeldt bier geene scheldwoorden, die hij in drift en toorn heeft uitgebraakt, maar voert hem in, sprekende door profetischen geest. En daarom is er geen twijfel aan, of de heilige man is door het gevoel van zijne schuld vernederd, gelijk hem betaamt, en heeft goed beseft, wat hij verdiend had, maar thans treedt hij, na vergiffenis verkregen te hebben en nadat zijne schuld was weggenomen, als verkondiger van het Goddelijk oordeel op. Ook bestaat er geen twijfel aan, of de heilige man, begaafd met zulk eenen zachtzinnigen geest, die een van de uitnemendste vaderen was, heeft met de bitterste zielesmart dit vonnis tegen zijnen zoon uitgesproken. Hij zag, dat Cham met slechts weinigen wonderlijk bewaard was, en eene plaats besloeg onder de meest uitgelezene pronkjuweelen van het menschelijk geslacht. Waar hij thans wordt gedrongen met zijnen mond hem af te snijden van de kerk Gods, heeft hij zonder twijfel tegen de vervloeking zijns zoons zwaar gezucht. Doch door dit voorbeeld wilde de Heere ons vermanen de standvastigheid des geloofs te bewaren, zelfs als wij hen zien bezwijken, die met ons verbonden waren, en dat wij niet moeten bezwijken maar aldus de strengheid, die God eischt, hebben uit te oefenen, dat wij zelfs onze ingewanden niet sparen. Wijl Noach alleen op Gods bevel zulk eene harde straf uitspreekt, moet men uit de zwaarte der straf opmaken, hoe afschuwelijk voor God de verachting der ouders is, wijl zij de heilige orde der natuur omkeert, en in hun persoon Gods Majesteit en gezag aanrandt, daar Hij hen beval in Zijne plaats boven hen te staan.

25. Vervloekt zij Kanattn. In de eerste plaats wordt gevraagd,

Sluiten