Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thare in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeën.

29. En Abram en Nahor namen zich vrouwen, de naam van Abrams vrouw was Sarai, en de naam van Nahors vrouw is Milkah, eene dochter van Haran, vader van Milkah en vader van Jiskah.

30. Sarai nu was onvruchtbaar, en zij had geen zoon.

81. Thare nu nam Abram, zijnen zoon en Lot de zoon

van Haran, zijns zoons zoon, en Sarai zijne schoondochter, de vrouw van zijn zoon Abram, cn zij zijn met hem uitgegaan uit Ur der Chaldeën, om te gaan naar het land Kanaan ; en zij kwamen tot Charran, cn woonden aldaar.

32. En de dagen van Thare waren twee honderd en vijf jaren, cn Thare is in Charran gestorven.

1. De geheclc aarde nu was cenerlei tongval. Omdat te voren met een enkel woord melding was gemaakt van Babyion, zet Mozes thans brecder uiteen, waarom die naam aan deze plaats werd gegeven. De geschiedenis daarvan is hoogst belangrijk, omdat wij daarin zien hoe groot de hardnekkigheid der menschen tegen God is, cn hoe slecht zij van zijne oordeelen partij trekken. Hoewel op het eerste gezicht de grootheid van het kwaad niet uitkomt, zoo getuigt de daarop gevolgde straf toch, hoezeer hunne onderneming aan God mishaagde. Zij, die vermoeden, dat de toren met dit doel is opgericht, om een toevluchtsoord en eene schuilplaats te zijn voor de goddeloozen, als God soms de aarde door een watervloed wilde overstelpen, jagen, m. i. een hersenschim na. In Mozes' woorden ligt niets van dien aard opgesloten, maar hier wordt alleen gesproken van dwaze eerzucht en trotsche verachting van God. Laat ons eenen toren bouwen zoo zeggen zij, welks opperste tot de hemelen reikt, en laten wij ons eenen naam maken. Hierin zien wij het plan en het oogmerk van de onderneming. Want zij willen, wat er ook gebeure, eenen ontsterfelijken naam op aarde bezitten. Zij bouwen dus als het ware tegen Gods wil. Eerzucht nu is niet slechts onrecht voor menschen, maar ook driestheid tegen God. Eene burcht te bouwen was op zich zelf niet zulk eene groote misdaad ; maar zich een eeuwig gedenktcekcn te willen oprichten, dat

Sluiten