Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben samengesmeed, zoodat de schuld niet op één of weinige personen kan worden geworpen.

Ieder man zeide tot zijn naaste. Dit beteekent, zij hebben wederkeerig elkaar opgewekt; niet alleen bood elk gaarne zijne hulp aan, maar hij spoorde ook anderen aan, moed te grijpen.

8. Laten wij tichelen strijken. Mozes geeft te kennen, dat zij niet door de gemakkelijkheid van het werk, noch door andere voordeden die voor de hand lagen, zijn aangezet, maar dat zij vcclecr met groote en zware hinderpalen hebben geworsteld, waardoor de grootheid der misdaad wordt verzwaard. Want vanwaar komt het anders, dat zij zich te vergeefs uitputten en afmatten voor een moeilijk en zorgelijk werk, dan doordat zij als krankzinnigen zich stellen tegen God ? Dikwerf houdt ons de moeilijkheid van noodzakelijken arbeid af; maar zij misten steenen en kalk en aarzelden toch niet, een gebouw te beginnen, dat boven de wolken uitsteekt. Wij leeren dus uit dit voorbeeld, hoever de begeerte der menschen gaat, als zij eenmaal aan hunne eerzucht toegeven. En dit heeft een heidensch dichter ook niet verzwegen, als hij zegt: „stoutmoedig alles verdurende, haakt het menschelijk geslacht naar het verboden kwaad", en een weinig later „niets is voor stervelingen te moeilijk, uit dwazen trots zoeken zij zelfs den hemel te bestormen".

4. Reike tol aan den hemel. In snoevende taal in overeenstemming met de pralerij van den bouw, dien zij ondernemen, bespreken zij de hoogte daarvan. Dezelfde strekking heeft ook, wat zij spoedig daaraan toevoegen, „laat ons een naam maken"; zij geven daarmêe te kennen, dat het werk van dien aard zou zijn, dat het door zijn wonderlijk voorkomen niet slechts de oogen der toeschouwers tot zich zou trekken, maar overal tot de uiterste grenzen der aarde zou geroemd worden. Dit is de voortdurende razernij der wereld, dat men den hemel veracht en de onsterfelijkheid op aarde gaat zoeken, waar alles bouwvallig en vergankelijk is. Daarom bedoelen zij met hunne zorg en ijver niets anders, dan zich op aarde een naam te verwerven. Deze zoo dwaze begeerte wordt terecht door David bespot in Ps. 49 : 7.

Dit is vooral dwaas, dat de ondervinding, de leermeesteres der dwazen, die de nakomelingen leert door het voorbeeld der voorouders, hen niet tot gezond verstand brengt, maar dat

Sluiten