Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al het overige toe tot belooning uwer weldaad. En dit is lofwaardig, dat hij zich dankbaar betoont jegens een mensch ; ware hij maar niet ondankbaar geweest jegens God, door Wiens strengheid hij even min beter is geworden, als door Zijne barmhartigheid. Ook kan het zijn, dat de arme en van alle goed ontbloote man, door de vleierij van slaafsche beleefdheid Abrams gunst heeft zoeken te verwerven, opdat hij ten minste de gevangenen en de ledige stad zou behouden. Later zullen wij ten minste zien, dat de Sodomieten niet dachten aan de ontvangene weldaad, toen zij trots en smadelijk den heiligen Lot kwelden.

De oude plechtigheid, om de kracht en den aard van het eedzweren uit te drukken, was zeer gebruikelijk. Want door onze hand ten hemel op te heffen, toonen wij God als getuige aan te roepen, en tevens tot wreker, zoo wij in gebieke blijven. Wel hieven enkelen oudtijds de handen op bij stemmingen, vanwaar bij de Grieken 't woord „handen opsteken voor „besluiten" komt, maar bij de plechtigheid der eedzwering was de manier anders. Immers, zij betuigen, dat zij tot Gods tegenwoordigheid de toevlucht nemen, en als t ware Hem te hulp roepen, zoowel als verdediger der waarheid, als wreker van het onrecht. Wonderlijk schijnt het echter, waarom Abram zoo lichtvaardig tot een eed zijn toevlucht neemt ; want hij wist, dat men dezen eerbied aan Gods Naam moest bewijzen, dat men die spaarzaam en slechts uit noodzakelijkheid gebruike. Hierop antwoord ik, dat hij twee redenen heeft gehad om een eed te zweren. Immers, veranderlijke menschen slaan zelden geloof aan eenvoudige woorden, omdat zij anderen gewoonlijk naar zichzelven afmeten. De koning van Sodom zou het dus niet ernstig hebben opgevat, dat Abram van zijn recht afstand deed, zoo niet Gods Naam daarbij was aangeroepen. Voorts had Abram er veel belang bij, dat het duidelijk aan allen zou blijken, dat hij geen oorlog uit winstbejag had gevoerd. De geschiedenissen van alle tijden toonen genoegzaam aan, dat ook zij, die rechtmatige redenen hadden om oorlog te voeren, menigmaal door eigenbelang daartoe zijn aangezet. En aangezien de menschen scherpzinnig zijn, in het uitdenken van voorwendsels, ontbreekt het hun nooit aan bewijsgronden, schoon de begeerlijkheid alleen hen daartoe aanzet. Derhalve zoo Abram niet beslist den buit had afgewezen, zou terstond het

Sluiten