Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonlijk de nijd als makker met zich. Abram maakte het onderwerp uit van vele verkeerde samensprekingen, nadat hij het had durven wagen, het overwinnende leger van vier koningen te bestrijden.

Ook kon het vermoeden opkomen, dat hij spoedig zijne krachten, die hij in het gevecht met de vreemde koningen had leeren kennen tegen zijne buren en gastvrienden zou keeren. Was dus eenerzijds de overwinning eervol, anderzijds maakte zij hem ongetwijfeld tot een voorwerp van vrees en verdenking, en deed zij veler haat ontvlammen, want elk zag in zijne kracht en voorspoed gevaar voor zichzelven.

Het behoeft ons dus niets te verwonderen, dat hij ontroerd was, en door vele gedachten angstig verontrust werd, totdat God hem op nieuw opbeurde door hem te doen vertrouwen op Zijne hulp. Ook kon de Godspraak eene andere bedoeling hebben, indien n.1. God tegen eene ondeugd optrad. Want Abram, fier op zijne overwinning, had zijne roeping kunnen vergeten, zoodat hij naar heerschappij streefde en, genoeg hebbende van het zwerven en de onophoudelijke kwellingen, een beter lot en een rustig leven zocht te krijgen. Ook weten wij, hoe gevaarlijk 't voor de menschen is, als een voorspoedig en heerlijk levenslot hen tegenlacht. Daarom voorkomt God hem en verlevendigt, voordat deze ij delheid in den geest des heiligen mans post vatte, de herinnering aan het geestelijk goed, opdat hij daarin geheel zou berusten en alle andere dingen gering zou achten. Daar nu dit woord „Vrees niet" juist klinkt, alsof God zijne droefheid of bezorgdheid door eenigen balsem wil verzachten, is het waarschijnlijk, dat hij zulk eene verzekering noodig heeft gehad, wijl hij zag, dat velen zijne overwinning verkeerd uitlegden, en hij in zijnen ouderdom met groote moeilijkheden zou hebben te kampen. Het kan ook zijn, dat God hem niet zoozeer verbiedt te vreezen, omdat hij door vrees was ter neer geslagen, als wel opdat hij zou leeren alle gunst der wereld en alle aardsche schatten te minachten en als niets te beschouwen.

God wilde als 't ware zeggen Zoo gij mij slechts tot vriend hebt, is er geen reden om te vreezen. Wees dus, gelijk tot hiertoe, bij uw rondtrekken op de wereld met mijne hulp tevreden en wees liever afhankelijk van den hemel, dan verkleefd aan de aarde. Hoe het ook zij, God roept zijnen knecht tot zich en toont hem, dat veel grooter goederen bij Hem voor hem

Sluiten