Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch om dit geheel te weerleggen, zeg ik, dat men bedenken moet, wat hier gebeurt, opdat daaruit een oordeel worde geveld over Abrams geloof. God belooft niet maar het een of ander aan zijnen knecht, gelijk Hij ongeloovigen ojk soms met bijzondere weldaden begiftigt, zonder het genot zijner vaderlijke liefde, maar Hij verklaart hem gunstig te zullen zijn, en bevestigt hem in het geloof aan de zaligheid, door hem te doen steunen op zijne hulp en genade Want die God tot zijne erve heeft, verheugt zich niet met eene gebrekkige vreugde, maar, als in den hemel opgenomen, geniet hij de vaste vreugde des eeuwigen levens.

Deze stelling houde men vast, dat alle beloften Gods, die voor de geloovigen zijn bestemd, uit Gods vrije liefde voort vloeien, en bewijzen zijn van zijne vaderlijke liefde en vrijmachtige aanneming tot kinderen waarop hunne zaligheid is gegrond. Laten wij dus niet zfcggen, dat Abram gerechtvaardigd is, omdat hij dit ééne woordje over het verwekken van zijn zaad aan-nam, maar omdat hij God tot zijnen vader aannam. Om geene andere oorzaak rechtvaardigt ons het geloof, dan omdat het ons met God verzoent, en dat niet door zijne verdienstelijkheid, maar doordat wij de ons in de beloften aangebodene genade aannemen, en in de vaste overtuiging, dat wij als kinderen door God worden bemind, niet twijfelen aan het eeuwige leven.

Daarom redeneert Paulus uit de tegenstelling, dat hij, omdat zijn geloof tot rechtvaardigheid is gerekend niet uit de werken is gerechtvaardigd, Rom. 4 vs. 4. Want als iemand door de werken rechtvaardigheid verkrijgt, komen zijne verdiensten voor God in aanmerking. Maar door het geloof krijgen wij de rechtvaardigheid, als God uit vrije genade ons met zich verzoent.

Daaruit volgt dat de verdienstelijkheid der werken ophoudt, als de rechtvaardigheid uit het geloof wordt verkregen. Want zij moet uit eigen beweging door God geschonken worden, en door het woord worden aangeboden, zal iemand o>m het geloof haar in bezit krijgen. En opdat dit te beter verstaan worde, begrijpe men, dat als Mozes zegt, dat aan Abram het geloof gerekend is tot rechtvaardigheid, dit niet beduidt, dat dit geloof de eerste oorzaak der gerechtigheid geweest is, wat men noemt de werkende oorzaak, maar de formeele oorzaak alleen. Het is hiermee, alsof hij zegt, dat Abram hierom is gerechtvaardigd

Sluiten