Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. En Abram zeide tot Saraï: zie, uwe dienstmaagd is in uwe hand; doe haar, wat goed is in uwe oogen. En Saraï behandelde haar hard, zoodat zij vluchtte van voor haar aangezicht.

7. En de Engel des Heeren vond haar bij eenen waterput in de woestijn, bij den put op den weg van Sur.

8. En Hij zeide: Hagar, gij dienstmaagd van Saraï, vanwaar komt gij, en waarheen gaat gij ? En zij zeide : Ik vlucht van voor het aangezicht van Saraï, mijne meesteres.

9. En de Engel des Heeren zeide tot haar : Keer terug tot uwe meesteres, en verneder u onder hare handen.

10. Bovendien zeide de Engel des Heeren tot haar: Ik zal uw zaad zeer vermenigvuldigen, en het zal niet geteld kunnen worden van wege de menigte.

11. Vervolgens zeide de Engel des Heeren tot haar: Zie, gij zijt zwanger, en zult eenen zoon baren, en gij zult zijnen naam noemen Ismaël, omdat de Heere Uwe verdrukking heeft gehoord.

12. En hij zal een woest mensch zijn; zijne hand zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem ; en hij zal voor het aangezicht van al zijne broederen wonen.

13. En zij noemde den Naam des Heeren die met haar sprak: Gij God, die naar mij omziet; want zij zeide: Heb ik ook hier omgezien naar dien, die naar mij omzag ?

14. Daarom noemde zij den put, den put des levenden, die naar mij omzag. Zie hij is tusschen Cadesen Bered.

15. En Hagar baarde aan Abram eenen zoon ; en Abram noemde den naam zijns zoons, dien Hagar baarde, Ismaël.

16. Abram nu was zes en tachtig jaren oud, toen Hagar Ismaël aan Abram baarde.

1. Saraï nu Abrams huisvrouw. Hier verhaalt Mozes eene nieuwe geschiedenis: dat Saraï uit afkeer van langer vertoef, eene aan Gods woord vreemde wijze vond, om zaad van haren man te ontvangen. Zij zag, dat zij onvruchtbaar en den leeftijd om te baren te boven was. Zij besloot daaruit, dat een nieuw middel noodig was, om Abram de beloofde ze-

Sluiten