Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijne woorden ontwijfelbaar gezag zouden hebben. Want ons geloof kan niet anders dan in Zijne eeuwige waarheid geworteld zijn, en daarom moet ons voor alles duidelijk zijn, dat hetgeen ons wordt voorgesteld, uit Zijn heiligen mond is voortgekomen.

Daarom moet het voornaamwoord: „Ik" bij wijze van inleiding'afzonderlijk worden gelezen, opdat Abram gerust zou zijn, en zonder twijfel het aangebodene verbond zou aanvaarden.

En hieruit besluit men tot de nuttige leer, dat het geloof zich noodzakelijk op God moet richten, omdat al spraken alle Engelen en menschen met ons, aan hen nooit zulk een gezag zou kunnen geschonken worden, dat onze harten daardoor vastigheid kregen. Ook kan het niet anders, of wij moeten terstond wankelen, tenzij deze stem van den hemel klinkt: „Ik ben het".Hieruit blijkt ook, hoedanig de Pauselijke godsdienst is, waarin Gods Woord door menschelijke verzinselen verdrongen wordt. Die van het woord van menschen afhangen en God onrechtma tig bejegenen door zich meer aan te matigen, dan billijk is, krijgen hun verdiende loon, als zij steeds wankelen. Doch wij mogen geen ander beginsel des geloofs hebben dan dit „Ik", niet door dezen of genen, maar alleen door den mond Gods uitgesproken, Daar nu duizende menschen elkander verdringen en trots roepen : „Wij, wij", moet dit enkele woord Gods ons genoeg zijn, om den ledigen klank van het meervoudig getal te doen verdwijnen.

Gij zult tot een Vader van eene menigte van volken zijn. Men vraagt, welke toch die menigte van volken is. Het staat genoegzaam vast, dat uit den heiligen Aartsvader verschillende volken zijn gesproten, want Ismaël is tot een groot volk geworden ; de Idumeërs ter anderer zijde zijn wijd en zijd verspreid, en ook uit andere zonen, die hij bij Ketura gewon, zijn groote huisgezinnen voortgekomen. Doch Mozes zag verder, nl. dat de heidenen door het geloof zouden ingelijfd worden in Abrams geslacht, hoewel zij niet uit hem zijn voortgekomen naar het vleesch. Daarvan is Paulus ons een getrouw vertolker en getuige. Want Mozes bedoelt niet de Arabieren en de Idumeërs en anderen, alsof die Abram tot een vader van vele volken zouden maken, maar hij laat den naam van vader zich uitstrekken over de geheele wereld, zoodat van alle kanten volken, die anders van elkander vervreemd en onderling verdeeld zouden zijn tot één huisgezin

Sluiten