Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarborgt Hij genoegzaam gezag voor Zijn Woord, als Hij het zelve in onze harten door Zijnen Geest verzegelt.

23. En Abraham nam IsmaSl. Nu gaat Mozes Abrahams gehoorzaamheid prijzen, dat hij zich en zijn geheele gezin volgens het bevel besneed. Want hij moet wel geheel aan God toegewijd zijn geweest dat hij niet aarzelt, onder hevige smarten niet zonder levensgevaar, zich te verwonden. Hierbij komt nu nog de tijdsomstandigheid, dat hij dit niet uitstelt tot den anderen dag, maar terstond aan Gods bevel gehoorzaamt. Toch lijdt het geen twijfel, of hij heeft met onderscheidene gedachten geworsteld. Om andere ontelbare vragen nu maar weg te laten, kon dit hem in de gedachten komen : „Ik ben, al werd ik reeds zoo lang gekweld door vele tegenspoeden en in onderscheidene oorden der ballingschap rondgevoerd, toch nooit van Gods woord afgeweken ; als God nu door dit teeken mij aan zich wilde verbinden als zijn dienstknecht, waarom verschoof Hij dit dan tot mijnen hoogsten ouderdom? Wat heeft dat toch in, dat ik niet zalig kan zijn, zonder, terwijl ik het eene been reeds in het graf heb, mijn voorhuid nog te besnijden. Dit was echter een des te heerlijker bewijs van gehoorzaamheid, dat hij met voorbijzien van alle hinderpalen, snel en zonder uitstel ging, waar God hem riep. Tevens openbaarde hij daarin een niet minder duidelijk bewijs van zijn geloof, omdat hij, zonder Gods beloften zoo zeker aan te nemen, allerminst zoo bereid zou geweest zijn, om te gehoorzamen. Daar komt dus die snelheid vandaan, dat hij tegen over de onderscheidene verzoekingen, die zijn gemoed konden schudden en her- en derwaarts slingeren, het woord Gods plaatste.

Twee dingen zijn bovendien hier opmerkenswaardig. Ten eerste, dat Abraham door de moeilijkheid niet werd afgeschrikt om den Heere dezen verschuldigden dienst te bewijzen. Wij weten, dat hij in zijn huis eene groote schare gehad heeft, die bijna gelijk stond met een volk.

Nauwelijks is het te gelooven, dat zoovele mannen geduld hebben zich te laten verwonden onder schijn van spotternij. Aldus bestond terecht de vrees, dat hij eenen grooten opstand zou verwekken in zijn rustig gezin. Ja, dat met gemeenschappelijk beleid het grootste deel der knechten tegen hem zou opstaan. Toch vat hij, steunende op Gods woord, de onmogelijke zaak krachtig aan. Ten tweede zien we, hoe

Sluiten