Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oogen sluit voor het geopenbaarde licht der hemelsche leer, gaan nog veel meer menschen het verduisteren, en zorgen niet, dat het op de kinderen wordt overgebracht. Met recht neemt God dus, om de traagheid der wereld te straffen, den kostbaren schat van Zijn Woord weg.

Ook merke men op de toevoeging „na zich", die ons leert, om niet alleen te zorgen voor de onzen, zoolang wij leven, zoodat wij hun als het ware dagelijks deze dingen voorhouden, maar dat wij ons ook moeten beijveren, dat de eeuwige waarheid Gods na onzen dood in leven en van kracht blijve en de heilige ordinantiën ons overleven.

Hieruit besluiten wij voorts, dat het nuttig is te weten, welke dingen dienen om vrees in te boezemen. Immers de gerustheid onzes vleesches heeft scherpe prikkelen noodig, om daardoor tot de vreeze Gods te worden geleid. En opdat niemand meene, dat deze leer alleen ziet op hen die buiten zijn, bestemt de Heere dit bijzonder voor Abrahams zonen, dat is voor de huisgenooten der Kerk. Want het zijn dwaze en verkeerde uitleggers, die beweren, dat het geloof wordt verijdeld als de gewetens verschrikt worden. Want aangezien niets nadeeliger is voor het geloof dan verachting en ongevoeligheid, stemt die leer het best overeen met de prediking der genade, die de menschen dringt tot de vreeze Gods, opdat ze verslagen en hongerig zich haasten om tot Christus de toevlucht te nemen.

En den weg des Heeren bewaren. Met deze woorden geeft Mozes te kennen, dat dit onderwijs niet alleen dient opdat zij, die in onverschilligheid in hunne ondeugden voortleven zouden verschrikken en aldus in de engte gebracht tot Christus de toevlucht zouden nemen, maar ook opdat de geloovigen zelve, die reeds de vreeze Gods bezitten, meer en meer zouden toenemen in het beoefenen der godzaligheid. Immers hij wil, dat Sodoms ondergang verhaald worde, niet alleen opdat goddeloozen uit vrees voor dezelfde straf, tot God zouden gebracht worden, maar ook opdat zij, die reeds God begonnen te dienen, beter in ware gehoorzaamheid zouden geoefend worden. Zoo heeft de wet niet slechts kracht tot het begin der bekeering, maar ook tot voortdurend toenemen. Als Mozes er bijvoegt: „Opdat zij gerechtigheid en gericht doen", toont hij kortelijks aan, hoedanig de weg des Heeren is, waarvan hij sprak. Toch is de bepaling niet volledig, maar uit de plichten der tweede tafel toont hij in eene

Sluiten