Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaring is meer oorspronkelijk. Nu vraagt men, waarom de Heere zoo streng de onvoorzichtigheid dier ongelukkige vrouw heeft gestraft. Immers, zij zag niet om, alsof zij begeerde terug te keeren naar Sodom. Misschien wilde zij, nog twijfelende, een meer aanschouwelijk bewijs hebben. Ook kan het gebeurd zijn, dat zij uit medelijden met het volk, dat te gronde ging, hare oogen daarheen heeft gewend. Mozes verklaart tenminste niet, dat zij met geweld zich tegen God heeft verzet, maar gelijk de bevrijding van haar en haren man een onvergelijkelijk voorbeeld was van Gods barmhartigheid, zoo was het billijk, dat hare ondankbaarheid werd gestraft. Als wij nu alle omstandigheden overwegen, is het zeker, dat hare misdaad niet gering is geweest. Allereerst is de begeerte om terug te zien uit ongeloof voortgekomen. Geen grooter onrecht nu kan God worden aangedaan, dan dat aan Zijn Woord geloof wordt ontzegd. Vervolgens besluiten wij uit de woorden van Christus, dat zij door de een of andere verkeerde lust is verleid en dat zij niet gewillig Sodom heeft verlaten en is voortgeijld, waarheen God haar riep. Wij weten immers, waartoe Hij ons beveelt te denken aan de vrouw van Lot, n. 1. opdat de wereldsche begeerlijkheden ons niet afhouden van het bedenken van het hemelsche leven. Waarschijnlijk is het dus, dat zij niet tevreden zijnde met Gods genade tot grootere begeerten is afgedwaald, waarvan hare traagheid het teeken was. Want dat zij haren man is gevolgd achter zijn rug, duidt Mozes aan, als hij zegt dat zij omzag achter hem. Want ook heeft zij niet omgezien naar hem heen, maar door haar langzaam gaan was zij minder opgeschoten, en was zij achter hem. Schoon men nu over haar eeuwig heil niets zekers kan zeggen, is het toch waarschijnlijk, dat God met het opleggen van tijdelijke straf, hare ziel heeft gespaard, gelijk Hij dikwijls de zijnen kastijdt in hun vleesch, opdat de ziel van het eeuwig verderf zou behouden worden. Maar laten wij, omdat in deze wetenschap geen nut steekt, en dit zonder eenig gevaar kan ontkend worden, veel meer letten op het voorbeeld, dat God aan alle eeuwen gemeenschappelijk stellen wilde. Als ons de zwaarte der straf afschrikt, laten wij dan bedenken, dat heden ten dage wij niet lichter zondigen, die niet uit Sodom, maar uit de hel zelve gered zijnde, ergens anders heenzien, dan naar de voorgestelde kroon der hemelsche roeping.

Sluiten