Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grootvader, van welken zij als broederskinderen afstamden. Voorts pleit Abraham verzachtende omstandigheden voor zijne zonde, want hij maakt onderscheid tusschen stilzwijgen en leugen, hij toont aan dat hij werkelijk een broeder is van Sara. Het blijkt, dat hij zich in zijne woorden wel niet anders heeft voorgedaan, dan werkelijk het geval was, maar toen alles werd nagezocht was zijne verdediging toch spitsvondig of althans zeer onbeduidend. Want door met opzet den naam van zuster op den voorgrond te plaatsen, opdat de menschen maar niets zouden vermoeden van zijn huwelijk, bracht hij hen naar de wijze der sophisten in de gelegenheid om zich te vergissen. En daarom, al had hij in woorden niet gelogen, wat de zaak zelf betreft, lag toch in dit voorgeven de leugen ingewikkeld. Hij bedoelde niets anders dan Abimelech duidelijk te maken, dat hij in niets met bedrog had gehandeld, maar dat hij in zijne angst, het voorwendsel van bloedverwantschap als eene geschikte gelegenheid had aangegrepen, om den dood te ontvluchten.

13. Toen mij de Engelen uitleidden. Omdat hier een woord staat in het meervoud, verklaar ik dit liefst zoo, dat Engelen langs verschillende omwegen hem hebben rondgeleid. Enkelen verstaan dit al te spitsvondig van de Drieëenheid der Personen, alsof er geschreven stond „de Goden hebben mij doen dwalen." Wel stem ik toe, dat met den naam DflpK aelohim, overal in de Schrift God wordt bedoeld, maar dan staat het woord altoos in het enkelvoudig getal. Maar als het woord voorkomt in het meervoud, dan beteekent het Engelen of overheden. Er zijn er, die meenen, dat Abraham, omdat hij sprak met een ongeleerd en niet recht onderwezen man, naar het gewone spraakgebruik aldus heeft gesproken, maar dit is m. i. zonder grond. Want waartoe diende het dan, om door het oprichten van altaren bekend te maken, dat hij den Eénen, waren God diende, als het daarnevens zijne gewoonte geweest was, dienzelfden God, dien hij gediend had, met zijne tong te verloochenen ? Doch hierover heb ik te voren gesproken, naardat de plaats het meebracht. Nu klaagt Abraham niet over de Engelen, dat hij door hunne bedriegelijke leiding heeft rondgezworven, maar hij geeft te kennen hoedanig zijne vroegere levenswijze was, n.1. dat hij met achterlating van zijn vaderland, niet alleen naar een vreemd land was verhuisd, maar dat hij gedurig was gedrongen van woonplaats te veranderen. En daarom ligt er niets

Sluiten