Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vleesch was, zegt hij, Gal. 4 vs. 29, vervolgde het geestelijke zaad. Met het zwaard of met de hand ? Neen, met die venijnige spottaal der tong, die niet het lichaam kwetst, maar doordringt tot in de ziel. Wel had Mozes met meer woorden de misdaad kunnen ophalen, maar ik denk, dat hij met opzet zoo beknopt heeft gesproken, om de onbeschaamdheid waarmee het woord Gods werd bespot, te meer afschuwelijk te laten voorkomen.

10. Werp de dienstmaagd uit. Sara is niet verbitterd tegen hem, omdat hij zondigde, maar zij schijnt heerschzuchtiger te handelen tegenover haren man dan eene bescheidene vrouw past. Dat zij vroeger Abraham haren heer noemde, heeft zij volgens Petrus (1 Petr. 3 : 6.) niet maar voor de leus gedaan. Hij stelt haar aan de heilige en zedige vrouwen tot een voorbeeld van gewillige onderworpenheid. Thans echter matigt zij zich, door haren man tot de orde te roepen, niet alleen de heerschappij in huis aan, maar ook beveelt zij hem, dien zij had moeten eerbiedigen, aan haren wil te gehoorzamen. Hoewel ik niet ontken, dat Sara door haar vrouwelijk besef op onstuimige wijze zich te buiten gegaan is, twijfel ik toch niet, of zij is niet alleen door verborgene aanblazing des Geestes in haar tong en verstand bestuurd, maar ook is deze geheele zaak door Gods voorzienigheid zoo bestuurd. Dat zij het middel tot een groot en verschrikkelijk oordeel is geweest, is buiten kijf. En Paulus voert haar woord aan, niet als een onbeteekenend geschreeuw, dat eene vertoornde vrouw heeft uitgestooten, maar als eene hemelsche Godspraak. Al matigt zij zich meer aan dan eene gewone vrouw toekomt, zoo ontrukt zij toch niet aan haren echtgenoot de macht, maar beschouwt zij hem als wettige persoon, die macht had, om te kiezen.

Mishaagde in de oogen van Abraham. Schoon aan Abraham reeds door vele Godspraken was meegedeeld, dat uit Izaak alleen het gezegende zaad zou voortkomen, zoo kan hij door vaderlijke liefde bewogen toch niet verdragen, datlsmaël wordt buitengesloten. Hij wil de erfenis, die hem van Godswege was toegezegd, ongeschonden behouden, en zoo tracht hij door twee volken te vermengen, het door God gestelde onderscheid van zijn kant te niet te doen. Nu schijnt het dwaas, dat hij als dienaar Gods door blinde aandrift wordt meegesleurd, en daarom berooft God hem niet alleen om hem te vernederen van het vonnissen, maar ook om door alle tijden heen te openbaren, dat

Sluiten