Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen wilde God, dat de wegzending van Ismaël zoo hard en droevig zou zijn, opdat hij door dit voorbeeld den trotschen schrik zou inboezemen, die door de gaven, die zij genieten, verbijsterd, de genade, waaraan zij alles danken, met hun trotschheid wegcijferen. Daarom heeft Hij hen tot een ellendigen uittocht vernederd ; want nadat zij in de woestijn hadden gedwaald, ontbrak het hun aan water en de moeder scheidde zich af van haren zoon, hetgeen een teeken was van wanhoop. Dit was het loon hunner trotschheid, waardoor zij zich te vergeefs hadden laten prikkelen. Het paste hen, om de genade Gods, die in Izaaks persoon aan alle volken was geschonken, nederig aan te nemen, maar goddeloos verachtten zij hem, dien God tot de hoogste eer had verheven. De erkentenis van Gods gaven had hen tot ingetogenheid moeten stemmen. En omdat er voor hen niets meer te verlangen was, dan het een of ander hoekje te mogen behouden in Abrahams huis, hadden zij geene onderwerping moeten ontzien ter wille van zooveel goed, maar nu vordert God van hen de straffen, die zij met hunne ondankbaarheid hadden verdiend.

17. God nu hoorde naar de stem van den jongen. Te voren had Mozes gezegd, dat Hagar weende, hoe komt het dan, dat God met voorbijgang van haar weenen, alleen het geroep van den knaap hoort ? Als wij zeggen, dat de moeder te onwaardig is geweest, dan dat hare gebeden genade zouden verkrijgen, dan was haar zoon althans niets waardiger. Want de meening van enkelen, dat zij door die kastijding tot bekeering zijn gekomen, is eene onzekere gissing. Hunne boetvaardigheid, waarvan mij geen enkel teeken blijkt, laat ik aan het oordeel Gods over. Doch ik verklaar aldus, dat het geroep van den knaap is verhoord geworden, niet omdat hij door geloof heeft gebeden, maar omdat God dacht aan zijne belofte en werd bewogen tot het betoonen van medelijden met hen. Want Mozes vertelt niet, dat hij zijne beden en zuchten naar den hemel heeft opgezonden, maar het is veel geloofwaardiger dat zij aldus hun ellende hebben beweend, dat zij tot Gods, hulp niet de toevlucht namen. Maar God zag bij het verleenen van hulp niet aan, wat zij van Hem vroegen, maar wat Hij aan Zijnen knecht Abraham aangaande Ismaël had beloofd. Indezen zin nu schijnt Mozes te zeggen, dat de stem des jongens i§ verhoord, n. 1. omdat hij een zoon was van Abraham.

Sluiten