Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A ANTEEK EN1NGEN.

p. 23 16e r. v. b.) Met: „Ia Chatellenie" is bedoeld de Gevangenpoort te 's Gravenhage.

p. 23 19e r. v. b.) Met: „la Capitulation de Bois le Duc" is bedoeld die van 1629.

p. 29 9e r. v. o.) A. J. van der Aa Geschiedk. Beschrijv. van de stad Breda en hare omstreken, p. 83 deelt over de inneming van Breda in 1793 het volgende mede: „Nadat, in Februari 1793, door de Nationale Conventie der Fransche Republiek den oorlog aan den Stadhouder van Holland verklaard en den 17 dier maand de voorhoede van het Fransche leger onder de bevelen van den generaal Dumourier op het Nederlandsche grondgebied was getrokken, kwam een gedeelte van dat leger voor Breda aan, in welke stad destijds 1335 man voetvolk, 175 dragonders en 153 artilleristen in bezetting lagen. Die vesting werd. den 23 dier maand uit naam van den generaal Dumourier opgeëischt. Dan de kolonel Davaux, aide de camp van dien generaal, met eenen trompetter tot die opeisching afgezonden en binnengelaten, kwam met een weigerend antwoord terug, waarop de vijandelijkheden onverwijld een aanvang namen doordien de Franschen uit hunne vier mortieren, welke zij in twee batterijen aan de Zandbergen buiten de Ginnekenpoort geplaatst hadden, bommen en granaten in de stad wierpen. Dit werd van de zijde der stad met hevigheid beantwoord ; het vuren hield een paar uren aan maar werd gestaakt toen een houwitsergranaat uit de stad eenen voorraadwagen met bommen, op eene der vijandelijke batterijen staande, in de lucht deed springen. Des nachts tusschen twee en drie uur werd het bombardement door de Franschen hervat, maar zij waren zoo schraal van krijgsbenoodigdheden voorzien, dat zij daarmede niet zonder tusschenpoozen tot zeven uur in den morgen konden aanhouden. Door ongeveer 90 bommen en 100 granaten, in de stad geworpen, waren wel meer dan zestig huizen ten deele

Sluiten