Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen ter tijde een Kleefsch leen, hetwelk zij bleven tot het jaar 1332, als wanneer de Hertog van Kleef zijn recht op het Land van Altena overdroeg aan Willem III, Graaf van Holland. Een van Hornes gaf het slot van Altena ten gebruike aan Albrecht van Beieren, Graaf van Holland, die het daarop afstond aan diens zoon Willem van Oostervant. Tijdens dat deze het bezat werd dat slot verwoest. De reden daarvan was dat genoemde zoon met de Hoeksche edellieden, welke door zijnen vader Albrecht van Beieren verbannen waren, omdat zij mededaders of medeplichtigen waren aan den doodslag, in het jaar 1391 gepleegd op diens bijzit Aleid van Poelgeest en op Willem Huyser, die haar willen verdedigen, zich op dat slot teruggetrokken en het zeer versterkt en met levensvoorraad voorzien had, weshalve Graaf Albrecht van Beieren voornoemd het in 1395 belegerde en innam, waarna hij beval dat het met den grond zoude worden gelijk gemaakt exeptis duabus ingentibus turribus tanti operis reliquiis, quarum unatn vidi ac interfui, quae modo ob lapidcs ardunios, quibus constructa erat, vendita ac demolita est, ut de hoe eastro nihil restat praeter collem, qui impositum fuit, zoo schreef nog van Adrichem. Willem van Oostervant had echter reeds vóór den aanvang van het beleg het slot van Altena verlaten, omdat hij niet openlijk met zijnen vader in botsing wilde komen en zich naar den Bosch begeven. De Hoeksche edelen, welke zijn slot verdedigd hadden, konden na deszelfs inneming door tusschenspraak van twee zijner kinderen zich ook naar den Bosch begeven.

De heerlijkheid Altena kwam na de onthoofding van Philips de Montmorency, graaf van Hoorn, aan Walburg van Nieuwenaer, die haar in het jaar 1600 ') aan de Staten van Holland verkocht, waardoor ook zij ophield te bestaan.

Aanteekeningen.

In Lud. Smids Schatkamer der Nederl. Oudheden komt

;) Dit moet wezen 1590.

Sluiten