Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zwanenbroeder der 111. L. V. Broederschap te 's-Bosch, die de heerlijkheid Zevenbergen van zijnen voornoemden broeder erfde en ze in 1560 naliet aan zijnen na te noemen oomzegger Johan de Ligne. Hij had ter wille van de heerlijkheid Zevenbergen van zijn bisdom Luik afstand gedaan.

d. Maria van Bergen, die huwde met Louise de Ligne en e. Margaretha van Bergen, die huwde met Floris van Egmond.

Johan de Ligne voornoemd was ridder van het Uulden Vlies en gouverneur van Vriesland; hij was de zoon van Louis en Maria van Bergen voorzegd en werd in 1560 met de heerlijkheid Zevenbergen beleend. Zijne vrouw was Margaretha van der Marck, erfdochter van het Graafschap Arenberg; van daar dat hunne afstammelingen graven van Arenberg

werden genoemd.

Van hem werd de heerlijkheid Zevenbergen geerfd door hunnen zoon Carel, graaf van Arenberg, die daarmede 22 April 1570 werd beleend van dezen weder

door diens zoon Philips, graaf van Arenberg, die daarmede 22 October 1616 werd beleend en van dezen

door diens zoon Philips Fran?ois graaf van Arenberg, die daarmede 17 Mei 1642 werd beleend en in 1644 werd verheven tot hertog van Arenberg. Tijdens dat deze laatste de heerlijkheid Zevenbergen bezat werd op 8 Januari 1647 tusschen Philips IV, koning van Spanje en prins Frederik Hendrik een verdrag gesloten krachtens hetwelk de eerstgenoemde vorst aan Amaiia van Solms, de echtgenoot van den laatstgenoemde, zoude afstaan de stad en heerlijkheid Zevenbergen, waarvoor dan de Spaansche Koning aan de daarop rechthebbenden eene schadevergoeding zoude geven. Nadat prins Frederik Hendrik spoedig daarop was komen te overlijden, werd 27 December 1647 tusschen zijnen zoon, den Stadhouder prins Willem II en genoemden Koning een nader verdrag aangegaan, waarbij de heerlijkheden Turnhout en Zevenbergen aan Maria van Solms werden afgestaan. Zoowel

Sluiten