Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eyck werkelijk deed, waarvan hij hem verdacht. Op dat slot gekomen zijnde veinsde de soldaat op last van Haultepenne naar het leger van den Prins van Oranje te willen overloopen, waarop Goijart van Eyck het volgende briefje schreef en hem medegaf voor Guillaume d'Angelis, commissaris van de monstering voor den Prins van Oranje te Diest:

Ehrentfeste, besonder goede heer ende vrint. Dese edelluyden hebben my gebeden, dat ik U L soude scriven om te spreken metten capitein, dat sy mochten hebben goet tractement; 't sijn goede soldaten ende hebben lange gediend onder den heer van Hautepenne ende tselve beger ick oick.

Die uwe goede frund die ghy kent.

Zoodra had niet de soldaat dat briefje in handen of hij begaf er zich mede naar Haultepenne, die onmiddelijk daarop eenige zijner manschappen last gaf om Goijart van Eyck op het Kasteel van Blaarthem gevangen te nemen en naar het Kasteel van Eindhoven over te brengen. Die soldaten begaven zich daarop naar het Kasteel van Blaarthem en sloegen daar Goijart van Eyck ter neder, waarna zij zij hem er wreedaardiglijk mishandelden; zeker hadden zij hem gedood, hadde zijne zwangere vrouw zich niet tusschen hem en de woeste soldaten geworpen om hem het leven te redden. Nu sloegen zij over tot het plunderen van dat slotje, waarbij zij zelfs roofden het huisraad van zijne moeder, van een zijner broeders en van de buren, die er hunne have en goed geborgen hadden; zij deden het sans y laisser ni chieti ni chat. Van Eyck werd vervolgens door hen gevankelijk naar het Kasteel van Eindhoven gebracht, alwaar hem werd ten laste gelegd: qu'il avait iterativement suborné et seduict les soldats du regiment Haultepenne et les aidé et assisté a aller vers Pennemi; delicts de lèse — majesté — déserteurs de milice et transfuges ad hostes — qu'est capitale, y ayant versé avec dol et malice. Van Eyck ontkende tegenover zijn geschrift zijne schuld niet, doch verloor er het leven niet door, want

Sluiten