Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaligmaker en hare doode lichaam de aarde met een eerlyke en christelyke begraavenisse,

Komende voorts tot dispositie harer tijdelijke goederen, legateerde zij aan: Catharina van Lierden, oudste dochter van den fiscaal van Lierden, wonende te Gent in Vlaanderen, hare diamanten oorringen en vingerring; freule Carolina de Bock, dochter van wijlen Josephus baron de Bock, fl 200 ; Carel baron de Bock, heer van Warrenberg, fl 200; freule Henriette, dochter van Emanuel de Bock, wonende te Maastricht, fl 200; de Algemeene armen van Nuenen fl 300 en aan arme of behoeftige personen 4 vaten rogge, tot brood gebakken, uit te keeren als er verschijnselen zich voordoen, dat zij zal sterven, en 6 vaten rogge, ook tot brood gebakken, uit te deelen kort na haar overlijden. Voorts bepaalde zij, dat haar erfgenaam of erfgenamen niet zullen „mogen verkopen, veralieneeren, nog beswaren haar testatrices epitaphium off begraafplaats, in de parochiale kerke van Nuenen gelegen zijnde, moetende hetzelve aldaar onverminderd en vreedig blijven" (wij zagen reeds hoe het kwam, dat deze wensch niet vervuld werd) en eindelijk stelde zij in tot hare universeele erfgename „mevrouw Anna Gysberta van Lom, douariere wylen den Hoog Welgeb. heer Antonius Josephus de Voogt, thans actueel wonende alhier ten casteele der testatrice en by derselver vooroverleiden haare byden kinderen, met name Johanna Maria Christina en Antonius Josephus Johannes Casparus de Voogt", terwijl zij tot executeur van haar testament benoemde Lambertus Bartholomeus de Voogt „meede tenzelven casteele woonende".

De de Voocht's waren slechts zeer in de verte familie van haar '); die bloedverwantschap, hoe verwijderd zij ook was, zal wel de reden geweest zijn, dat zij hen op haar huis te Nuenen liet wonen en tot hare erfgenamen instelde. Lambertus Bartholomeus de Voocht was pastoor te Eerde, doch woonde reeds in 1785 op het Huis te Nuenen.

i) Zie Taxandria V p. 75 en vlgd.

14

Sluiten