Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lucas van Eyck, die ook ridder (armiger) genoemd werd, huwde tweemaal; 1° Judoca of Josepha van Delft (die in zilver 3 roode St. Andrieskruisen, 2 en 1, voerde); 2° Arnolda van Erp, ') dochter van Jan, genaamd van Beerze en Hillegonda Heym Arndsdr. Hij en zijne beide vrouwen werden in de kerk te Duizel begraven onder eene grafzerk, waarop uitgebeiteld stond: „Hier leeght begrav. Luycas van Eyck sterf a° 1527 d° 27 April. En jouffr. Jozepha van Delft zijn ierste Huysvr. En Jouffr. Arnolda van Erp zijn tweede Huysvr." Als zinnebeeld van den naam der familie van Eyck stond verder op die zerk uitgehouwen een eikeboom met wortels en takken, aan een waarvan de wapens zijner beide vrouwen hingen, terwijl daarboven stond het wapen der familie van Eyck. In 1882 is deze zerk uit de kerk van Duizel verwijderd en gelegd onder hare deur nabij den toren.

Arnolda van Erp deed als zijne weduwe voor Schepenen van 's Bosch afstand van den tocht van een huis, staande te 's Bosch op den Windmolenberg (denkelijk thans de Diepstraat genaamd) ten behoeve hunner zonen Jan en Peter en hunner onmondige kleindochter Maria van Berckel, dochter van Peter en Judoca van Eyck, waarna dezen dat huis verkochten aan Willem, zoon van Jacob Zegerszoon.

Zijne kinderen waren :

van de eerste vrouw

a. Goijaert ven Eyck, 1527 met het goed onder Bladel beleend, erfde van zijnen vader eene bouwhoeve (mansio), gelegen te Rixtel ter plaatse genaamd Overbrugge, die hij 19 Januari 1537 verkocht (Schepenreg. van 's Bosch no 152 f. 102), woonde te Beek bij Rixtel, wellicht op het goed van de familie zijner vrouw (zie mijne Voorname Bossche huizen III p. 182), was in 1553 reeds dood zonder kinderen te hebben nagelaten, h. Johanna Monicx, dochter van Arnd, den zoon van mr. Jan Junior, den zoon van mr. Jan Senior.

i) Schepenreg. van 's Bosch no 190 f. 447, alwaar ook hare kinderen en kleinkinderen vermeld zijn.

Sluiten