Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de studie van bovengenoemden heer: „Van heinde en verre togen de weinig krijgslustige, doch steeds op militaire pretjes verzotte vaderlanders naar de Oosterhoutsche heide, om de oefeningen gade te slaan, die in de nabijheid van het kamp werden gehouden, en zich onder den helderblauwen herfsthemel te vergasten aan 't schitterend schouwspel, dat de groote, in smaakvolle, kleurrijke, achttieneeuwsche uniformen gestoken legermacht bood op het purper heidetapijt. door donkergroen masthout omzoomd."

Zoo reisden vier Rijnlandsche heeren naar dat kamp, wier journaal in 1895 door wijlen Mr. W. Bezemer in Taxandria (II p. 233) is uitgegeven. De hierachter volgende journalen mogen als tegenhangers daarvan dienen ; hun belang is niet gelegen in hunne krijgskundige waarde; het zijn eerder zede- en plaatsbeschrijvingen op een militair tooneel met den wisselden achtergrond der Brabantsche heide of haardsteden. Maar juist daarom verdienen zij de uitgave; het inzicht immersin de 18de-eeuwsche samenleving, welke, niettegenstaande de overstelpende menigte feiten, die thans reeds ten dienste staan, in haar geheel nog te weinig bekend is, kan daardoor niet anders dan verhelderd worden. ')

De beide handschriften zijn in gelijktijdig duidelijk en regelmatig schrift; ongetwijfeld netexemplaren van ter plaatse gestelde aanteekeningen, verzorgd en bewaard als aangename reisherinneringen. Niettemin zijn hunne lotgevallen niet na te speuren, vóórdat zij in de verzamelingen van het kasteel Heeswijk en daarna in die van 's Rijksarchiefdepot in Noordbrabant geraakten. Beide zijn in duodecimo formaat, het eerste met het titelblad 22 bladzijden, het tweede 43 bladzijden groot, gekartonneerd in waarschijnlijk 18de-eeuwsche bandjes.

De schrijver Philippus van der Nolk was een Amster-

') Ter Koninklijke Militaire Academie te Breda is nog een handschrift aanwezig, getiteld: Nauwkeurig dag-verhaal van 't Campement bij Oosterhout 1732. Met kaart.

Sluiten