Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo was het ijs voor McKinley gebroken.

Andere gedingen werden hem eerlang toevertrouwd. In een daarvan bedekte McKinley zich met advocatenroem door zijne gevatheid. Het was in een rechtszaak door een bekwaam advocaat bepleit. Iemand die zijn been gebroken had gekregen deed zijn heelmeester een rechtsgeding aan om schadevergoeding, omdat hij, zooals men beweerde, het gebroken lichaamsdeel zóo slecht had gezet, dat de man een krom been had gekregen. De advocaat van den man met dat gebogen lichaamsdeel gelastte zijn cliënt zijn been voor de oogen van het gerechtshof te ontblooten. En ja, het ^ bleek zonneklaar, de man had een krom been. Het scheen of de heelmeester voor wien McKinley pleitte het zou verliezen. Maar „Mac" betrouwde de zaak niet al te goed.

„Mijnheer de rechter," riep hij, ,,ik eisch dat die mijnheer ook het andere been aan ons laat zien!"

De rechter achtte dat verzoek billijk. De man ontblootte dus het andere deel en ziet—het was nog veel krommer dan het gezette. De man had van nature kromme beenen en trachtte den heelmeester te bedriegen.

„Mijnheer de rechter," riep nu McKinley, „ik zie dat mijn cliënt, de heelmeester, nog veel beter voorden man gedaan heeft dan moeder Natuur toen zij zijne beenen formeerde!"

Algemeen gelach ontstond er nu. Beschaamd moest de krombeenige man afdruipen. McKinley kwam als overwinnaar "uit dezen rechtsgeleerden slag. Natuurlijk verschafte hem dit meer werk.

Dan was er nog iets dat hem voorthielp, zijne werkzaamheden op politiek gebied.

Sluiten