Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len korte metten zou maken en ze eenvoudig als Dancneten zou opknoopen. Dan werd er gezegd dat de suikerplantage^ weer spoedig den arbeid zouden hervatten. Evenals de mijnwerken in de Zuid Afrikaansche Republiek! Maar middelerwijl sloegen Gomez, Maceo en Garcia slag op slag. ,,Wien de goden willen verderven, dien maken ze eerst dol," is een oud heidensch spreekwoord. Zoo ging het met Weyler. In dolle woede liet hij allerlei gruwelen bedrijven. Zoo werd er b.v. indertijd aangaande hemzelven medegedeeld dat hij eerst een Cubaansch knaapje liet spelen met zijn revolver. Daarna gebood hij. het om den loop er van in zijn mondje te steken. Niets kwaads vermoedend en het als spel opvattend, deed het jongske zulks. Toen schoot de duivelsche wreedaard de revolver af, door den mond en 't achterhoofdje van het kind! Enkele autentieke voorbeelden van de gruwelen op Cuba aanschouwd gedurende Weyler's schrikbewind ontleenen we aan een werkje dat een paar jaar geleden onder ons verscheen, uit de pen van een Hollandschen Amerikaan.* ,,De Cubaansche overste Jesus Rabi," zoo meldt dat boek, „had de stad Baire bemachtigd. Een Spaansche troep onder bevel van majoor Garrido kwam daarna opdagen en zag de gesneuvelden en gewonden' Woedend geworden door dit gezicht begon men nu een algemeene slachting. Een moeder moest het aanzien dat haar

* .,Het Verdrukte Cuba ai zijne Verlossing." De uitgever is de heer J. B. Hulst, Grand Rapids, Mich. Wie de schrijver is wordt niet aangegeven en zelfs ontvangt de lezer in de voorrede den raad: „Vraag niet naar hem die de geschiedenis schrijft, maar naar Hem, Die de geschiedenis maakt." Een wijzy raad zeer zeker! Die echter beide, het boek en den heer uitgever kennen, kunnen niet nalaten zich de vraag te stellen of er tusr-chen den schrijver die ongenoemd is en den uitgever die bekend is niet een zeer intiem vei band bestaat.

Sluiten