Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men geen droppel water kon erlangen; zonder godsdienstigen of zedelijken bijstand, een ieder stervende waar hij gevallen was. Voor dit beperkt getal „reconcentrados," was het sterftecijfer tusschen veertig en vijftig per dag, verleenende dus ongeveer tien dagen levens voor elk persoon, en dat tot vreugde van de autoriteiten, die de snoode politiek van Weyler, om de Cubanen uit te roeien, goedkeurden en steunden. Deze arme lieden ontvingen eerst voedsel nadat ze acht dagen in greppels hadden doorgebracht, tenzij ze zich wilden verzadigen met het slechte voedsel dat zelfs de stervenden afwezen.

Op ons eerste bezoek waren wij tegenwoordig bij het sterven van een ouden man die van dorst is bezweken. Toen wij verschenen bad hij ons, om Gods wil, hem drinken te geven. Wij zochten water, gaven het hem en vijftien minuten daarna blies hij den laatsten adem uit. Hij was drie dagen zonder water geweest. Onder de vele sterfgevallen, was er een die wij onmogelijk kunnen vergeten. Er leeft nog een eenige getuige, een jong meisje van 18 jaren, die schijnbaar levenloos daar heen gelegen had; aan haar rechterhand lag het lijk eener jonge moeder, met haar kindje, nog levende en zich vast klemmende aan de kille borst zijner moeder; aan hare linkerzijde lag het lijk eener vrouw, met haren zoon in de armen; een weinig verder eene arme stervende vrouw met haar veertienjarig dochtertje in hare armen. Deze laatste was krankzinnig van pijn en stierf vijf of zes dagen daarna niettegenstaande men haar zoo goed mogelijk verzorgde. In een hoek was eene stervende vrouw, omringd door hare kinderen die haar stilzwijgend aanstaarden zonder traan of klacht. Zij zei ven geleken op

Sluiten