Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

icua uditi ijuiu .-uiiK.a. Kwam aanuie exporiaue geen eraae. Hoe ook gedurende weken en maanden meer dan één verzoek aan hem werd gericht, dat onze regeering in vriendelijke maar duidelijke termen aan Engeland zou zeggen dat wij met leedwezen de vernietiging der Zuid Afrikaanseke Republieken gadesloegen, zonder daarom met bedreigingen te komeH, zooals sommige heethoofden wilden—het baatte alles niets. McKinley bleef een ledig toeschouwer, en bleef dat tot zijnen dood toe.

Zeer vele Boeren vrienden heeft dit diep gegriefd. En met teleurstelling vervuld. Vooral de Xederlandsche pers riep er luide schande over. Ook onder ons volk in de nieuwe wereld zelve ging menige klacht op over de apathie van McKinley. En geen wonder. Het onrecht in Zuid Afrika schreide ten hemel. Zoo licht kon er een officieel woord van protest geuit, of minstens van sympathie, gelijk we deden in de worsteling van Polen. Hongarije. Griekenland, Armenie, en vooral in Engeland's moeite met Venezuela! En—last but not least—was daar het precedent van onze actie in de Cubaansche kwestie. Ook hij die dit schrijft kan 't niet ontveinzen hoe diep hem de apathie van McKinley smart. En zondig voor God acht hij dat werkeloos aanschouwen, zoowel als liefdeloos, tegenover onze mede-republikeinen in Zuid Afrika, ook afgedacht van stamverwantschap.

Edoch—wij kunnen niet medegaan met hen die in dezen McKinley zondaar achten boven anderen. Vooreerst, het Congres was voor het meerendeel niet voor de Boeren. Wij weten hoe alle moeite om eene resolutie van sympathie te zien aangenomen door onze wetgevende kamers, vergeefs

Sluiten