Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noord naci. £,r Kwam gunsug nieuws uil nei mus van uen heer Milburn werwaarts de gewonde reeds Vrijdags vervoerd was. Ook Dinsdag was het nieuws gunstig, en men juichte reeds. Ook mevrouw McKinley. Nog 's Vrijdags had haar huisdokter, de heer Rixey haar het treurig nieuws verteld: „Den president is een ongeluk overkomen .... hij is bezeerd geworden," had deze gezegd. „Vertel mij alles, houd niets verborgen voor mij!" zoo riep de arme vrouwe. ,,Ik zal moedig zijn, ja, ik zal moedig zijn om zijnentwille." En Dr. Rixey had haar alles gezegd. Fel schokte het grievend nieuws haar, maar toch, zij hield zich moedig, zij 't tengere klimop zoo gewend om op den „majoor" te steunen als haar eikeboom.

De heele wereld juichte mede met mevrouw McKinley en onze natie over ' t bemoedigend nieuws van de legerstede des kranken.

Ook de geneesheeren hadden goeden moed. Vooral Woens-. dag. En Donderdagmorgen toen de president een weinig voedsel was toegediend. Ons volk deelden ze mede: „McKinley betert!" Tot hem zei ven spraken ze reeds van terugkeer naar het Witte Huis op den eersten October.

Maar—op eens—o bittere teleurstelling!—hoe werd al die hope den bodem ingeslagen, die blijdschap veranderd in rouwe, op Donderdag namiddag, 12 September! Ja—McKinley zou naar het Witte Huis terugkeeren, zelfs eerder nog dan de doctoren hadden gezegd—maar—dood, rustend in de laatste zwarte woning die ook de inwoners van het Witte Huis wacht! Dien Donderdag namiddag vertoonde zijn hart plotseling teek enen van zwakheid. Om half negen 's avonds was hij reeds ernstig ongesteld. Op Vrijdag mor-

Sluiten