Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedurende de maand Augustus van het jaar 1619 werden de eerste negerslaven in Amerika verkocht. Het spijt ons het te moeten zeggen, maar het was een Hollandsch schip, dat het eerst die ongelukkige wezens binnen bracht. De kapitein maakte goede zaken met het negentiental, dat hij aan den man bracht. Weldra volgden anderen hem na en binnen enkele jaren waren er duizenden van die ellendige schepsels in de verschillende kolonies aan de westelijke kust van den Atlantischen Oceaan, de kolonies die later de Vereenigde Staten zouden vormen. In die dagen zag niemand kwaad in het slavenhouden. Men meende dat de wet van Mozes zulks toeliet en de advocaatgeneraal van Engeland had het officieel uitgesproken dat de negers, daar zij heidenen waren en het vervloekte zaad van Cham, gekocht en verkocht mochten worden als vee. De koningen van Engeland trokken zelfs voordeelen uit den verkoop van slaven en moedigden dezen handel op Amerika aan. Toch waren er bij lange niet zooveel slaven bij het einde van den Onafhankelijkheidsoorlog, dan in de jaren die volgden op 1793.

In dat pasgenoemde jaar vond Eli Whitney, uit den staat Massachusetts, eene machine uit om den katoendraad op snelle wijze te bevrijden van de zaadjes die aandien draad vast zitten. De katoen tierde alleen in de heete zuidelijke staten, maar tot dien tijd toe was ze nog niet het groote landbouwartikel dat ze later werd, omdat het teveel kostte aan arbeidsloon om de katoen te bereiden voor het weefgetouw.

Een slaaf moest een geheelen dag arbeiden om één pond katoen marktvaardig te maken. Doch toen Whitney's machine was uitgevonden en dat kostbare schoonmaken met de menschenhand niet langer noodig was, kwam er plotseling een groote ommekeer in het profijtelijke van de zaak.

De katoenteelt werd een van de meest winstgevende takken van nijverheid. De prijs der slaven, die in het Zuiden waren, ging direct in de hoogte, en de planters kochten zooveel slaven als zij machtig konden worden. De Noordelijken, die ze lang

Sluiten