Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij had beloofd hem te zullen huwen zoodra hij zijne rechtsgeleerde studiën voltooid had.

De zomer van 1835 was de lieflijkste van heel het leven van onzen jeugdigen staatsman. Hij had eigenlijk nooit werkelijke vreugde gesmaakt, zooals andere jongelieden. Was heel zijn jeugd niet eén aanhoudende worsteling geweest met de ellenden des levens? Was de armoede en ontbering niet bestendig de hoofdinhoud zijns bekers geweest? Was het een wonder dat zijn gelaat onwillekeurig als overtogen was met zwaarmoedigheid? Maar nu, hoe veelbelovend was niet de toekomst!

Was hij niet populair als opkomend politicus? Was hij niet op weg om advocaat te worden ? En had de verstandigste en liefste der dochteren van New Salem niet beloofd om aan zijne zijde te wandelen, na verloop van een of twee jaren ?

Had hij niet redenen om zich in de toekomst gouden bergen te droomen? Misschien besefte hij in die dagen meer dan eens wat De Génestet zoo roerend schoon uitdrukte in zijn „Stem des Harten" :

„Ach, zou dat zonde zijn als ik mijn blijde handen

Des avonds reik naar God, en dankend uitroep: Heer

Ik ben gehecht aan d' aard met meer dan aardsche banden

Van wereldlust of goud of eer.

Ja, 'k heb deez' aarde lief; ik ben gehecht aan 't leven

Met tooversnoeren, als door engelen geweven ;

Mijn boezem jaagt van levenslust . . .

Maar, helaas, hij die de groote lastendrager zijns volks zou worden, mocht niet lang voortleven in dien gelukkigen roes.

Ann Rutledge kreeg koortsen, hersenkoortsen. En op 25 Augustus 1835 verliet de ziel de hutte van het lichaam. Zij was eene schoone bloem der westersche velden geweest en had velen verblijd, vooral hare ouders en den langen jonkman met dat droeve gelaat, maar . . . gelijk eene bloem was zij ook plotseling verwelkt . . .

Sluiten